In afwijking in zoverre van artikel 4 wordt bij de bepaling van de
heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, de waarde van:
glasopstanden die bedrijfsmatig worden aangewend voor de
kweek of teelt van gewassen, voor zover de ondergrond
daarvan bestaat uit cultuurgrond die bedrijfsmatig wordt
geëxploiteerd ten behoeve van de land- of bosbouw. Onder
cultuurgrond wordt mede begrepen de open grond, alsmede de
ondergrond van glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend
wordt voor de kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij de
ondergrond als voedingsbodem te gebruiken;
ruimten die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare
eredienst of voor het houden van openbare
bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard, een en
ander met uitzondering van delen van zodanige ruimten die
dienen als woning;
ruimten ten behoeve van waterverdedigings- en
waterbeheersingswerken die worden beheerd door organen,
instellingen of diensten van publiekrechtelijke
rechtspersonen, een en ander met uitzondering van delen van
zodanige ruimten die dienen als woning;
ruimten die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en
ander afvalwater en die worden beheerd door organen,
instellingen of diensten van publiekrechtelijke
rechtspersonen, een en ander met uitzondering van delen van
zodanige ruimten die dienen als woning;
werktuigen die van een ruimte kunnen worden afgescheiden
zonder dat beschadiging van betekenis aan die werktuigen
wordt toegebracht en die niet op zichzelf als ruimten zijn
aan te merken;
ruimten voor zover die bestemd zijn te worden gebruikt ten
behoevevan begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria, een
en ander met uitzondering van delen van zodanige ruimten die
dienen als woning;
ruimten welke in eigendom en beheer zijn van
kerkgenootschappen, als bedoeld in de wet van 10
september 1853 (Stb. 102), voor zover die
eigendommen mede in gebruik zijn ten behoeve van de
openbare eredienst, dan wel in hoofdzaak in gebruik
zijn voor kerkelijke activiteiten;
ruimten welke in eigendom, beheer en/of in gebruik
zijn van/bij plaatselijke verenigingen ten behoeve
van amateuristische sportbeoefening en/of jeugd- en
jongerenwerk.
Bij de toepassing van het eerste lid is het bepaalde bij of
krachtens de artikelen 4 of 6 van deze verordening van
overeenkomstige toepassing.
De vrijstelling met betrekking tot de in het eerste lid, onderdeel
f, bedoelde ruimte geldt niet voor de eigenarenbelasting voor zover
de gemeente van die ruimten niet het genot heeft krachtens eigendom,
bezit of beperkt recht.
In afwijking in zoverre van artikel 4 wordt bij de bepaling van de
heffingsmaatstaf voor de gebruikersbelasting buiten aanmerking
gelaten de waarde van gedeelten van de bedrijfsruimte die in
hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan
woondoeleinden.
Artikel 5
Vrijstellingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2015