Naar hoofdinhoud

Artikel "Veilig thuis" advies en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling

Artikel "Veilig thuis" advies en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling

Onderdeel van Beleidsplan Wmo 2015-2016

Per 1 januari 2015 zijn de gemeenten ook verantwoordelijk voor volwassenen en kinderen die te maken hebben met geweld en/of mishandeling in de huiselijke kring. In het kader van de Wmo, heeft de gemeente daar waar het gaat om huiselijk geweld en kindermishandeling, de regierol. Ketenaanpak is hierbij een sleutelbegrip: maatschappelijk werk, jeugdzorg, politie, Openbaar Ministerie, reclassering, vrouwenopvang en andere hulporganisaties vormen samen een voorzieningenstelsel dat voorziet in preventie, tijdige onderkenning, risicotaxatie, doeltreffende interventies, hulp voor slachtoffers en plegers. In de onlangs opgestelde Zeeuwse Regiovisie ‘Een veilig Thuis’ is vastgelegd hoe deze sluitende aanpak moet worden bereikt: vanaf acute crisissituaties tot het zelfstandig en zelfredzaam functioneren van een gezin of persoon. In Zeeland is tevens afgesproken dat er in situaties waar sprake is van huiselijk geweld of kindermishandeling hulp wordt verleend door middel van de ‘Signs of Safety’ benadering. De uitgangspunten van de regiovisie zijn: Iedereen heeft een rol in de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. Van inwoners die hun naaste ondersteunen, medewerkers die signalen oppakken tot hulpverleners en politie die snel ter plaatse gaan; We gaan uit van de eigen kracht van mensen, één gezin, één plan, een ongedeelde aanpak waarin problemen op alle leefgebieden in samenhang worden bezien en worden aangepakt; Hulp dient doelmatig en effectief te zijn. Wanneer de doelen niet worden bereikt zal er andere hulp of een andere maatregel worden geïnitieerd; Bij hulp voor kinderen staat veiligheid en liefdevolle ondersteuning voorop. Intergenerationele overdracht dient voorkomen te worden door het geweld bespreekbaar te maken en eventueel door de inzet van traumabehandeling; Opvang vindt bij voorkeur plaats binnen de eigen sociale omgeving. Dit met ambulante ondersteuning. Opvang binnen een instelling wordt alleen ingezet als het echt niet anders kan; Goede triage aan het begin van het hulptraject is noodzakelijk om onderscheid te maken tussen complexe en minder complexe zaken, maar ook een analyse van de problematiek op de verschillende leefgebieden en de eventuele oorzaken daarvan. Op deze manier kan direct de juiste hulp worden ingezet;

Rechtspraak bij dit artikel