Deze verordening verstaat onder:
a.
College:
Het college van burgemeester en wethouders van Vlissingen;
b.
Begraafplaatsen:
-de Noorderbegraafplaats aan de President Rooseveltlaan;
-de begraafplaats aan de Molenweg te Oost-Souburg;
-de begraafplaats aan de Zuidwateringstraat te Ritthem;
-de Joodse begraafplaats aan de Vredehoflaan.
c.
Eigen graf:
Een graf waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:
-het doen begraven en begraven houden van lijken;
-het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;
-het doen verstrooien van as in het graf;
d.
Algemeen graf:
een graf bij de gemeente in beheer waarin aan een ieder gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van lijken;
e.
Eigen urnengraf:
een graf waarin aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot: - het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; - het doen verstrooien van as in het graf;
f.
Eigen urnennis:
een nis waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met (open nis) of zonder (gesloten nis) urnen;
g
Urn:
een voorwerp ter berging van één of meer asbussen;
h.
Asbus:
een bus ter berging van as van een overledene;
i
Verstrooiingsakker:
een plek waarop as wordt verstrooid;
j.
Gedenkplaats:
een plaats ingericht om overledenen te gedenken door middel van naamplaatjes;
k
Grafbedekking:
gedenkteken en/of grafbeplanting op een graf;
l.
Beheerder:
de ambtenaar die belast is met de dagelijkse leiding van de begraafplaatsen of degene die hem vervangt;
m
Rechthebbende:
de rechthebbende op een eigen graf.
(gewijzigd Rdbs. 29 augustus 2002, nr. 7.2)
Hoofdstuk I
Artikel 1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Verordening op het beheer en gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen