Op de begraafplaatsen kunnen worden uitgegeven: a. eigen graven; b. algemene graven en algemene kindergraven; c. eigen urnengraven en eigen urnennissen; d. ruimten voor het aanbrengen van een naamplaatje op de gedenkplaats.
De uitgifte van de voorzieningen onder c. en d. van het eerste lid is mogelijk op de Noorderbegraafplaats en de begraafplaats aan de Molenweg te Oost-Souburg.
Het college bepaalt bij nader vast te stellen regels hoeveel lijken en hoeveel asbussen met of zonder urnen er kunnen worden begraven of bijgezet in de voorzieningen onder a., b. en c. van het eerste lid. Het bepaalt tevens de afmetingen en de uitgifteduur van de voorzieningen onder a. t/m d. van het eerste lid.
Het college kan gedeelten van de begraafplaatsen aanwijzen voor asverstrooiing. De verstrooiing dient plaats te vinden onder toezicht van de beheerder.
(gew. Rdb. 24-04-2008, nr. 10.4)
Hoofdstuk IV
Artikel 11
Indeling
Onderdeel van Verordening op het beheer en gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen