Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk V

Artikel 17

Vergunning grafbedekking

Onderdeel van Verordening op het beheer en gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen

1.. Voor het hebben van een grafbedekking is een schriftelijke vergunning nodig van het college. Bij eigen graven wordt de vergunning op naam gesteld van de rechthebbende, bij algemene graven op naam van de aanvrager van de begrafenis. 2.. Omtrent de wijze van aanvrage van de vergunning, de aard en de afmetingen van de grafbedekking en de wijze van aanbrengen kan het college nadere regels vaststellen. 3.. Het college kan ontheffing verlenen van de door hen vastgestelde nadere regels. 4.. Het college kan de vergunning weigeren indien: a. niet voldaan wordt aan de door hen vastgestelde nadere regels; b. de grafbedekking afbreuk doet aan het aanzien van de begraafplaats; c. de duurzaamheid van de materialen onvoldoende is; d. de constructie van de grafbedekking ondeugdelijk is. 5.. Grafbedekking die in strijd met deze verordening of uitvoeringsbesluiten op grond van deze verordening is geplaatst, dient bij eigen graven door de rechthebbende en bij algemene graven door de aanvrager van de begrafenis, te worden verwijderd ongeacht of de strijdigheid met de verordening of uitvoeringsbesluiten door zijn toedoen of medeweten is ontstaan.

Rechtspraak bij dit artikel