Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1

Begrippen

Onderdeel van Beleidsregels Wmo 2015

1.. Wet: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) 2.. Langdurige noodzaak (artikel 9 lid 5 Verordening Wmo 2015): het college beoordeelt individueel of ondersteuning langdurig noodzakelijk is. Een maatwerkvoorziening is in ieder geval langdurig noodzakelijk wanneer de ondersteuning langer dan zes maanden nodig is. Een maatwerkvoorziening is eveneens langdurig noodzakelijk indien deze wordt verstrekt aan een cliënt met een levensverwachting korter dan zes maanden. 3.. Algemeen gebruikelijke voorziening (artikel 1 onder a Verordening Wmo 2015): in het kader van het begrip algemeen gebruikelijke voorziening houdt ‘algemeen verkrijgbaar’ in dat het artikel ook in de reguliere handel verkrijgbaar is, of dat de dienstverlening ook op de vrije markt is in te kopen. Het college onderzoekt altijd of de algemeen gebruikelijke voorziening voor de individuele cliënt algemeen gebruikelijk is. 4.. Zaak: een maatwerkvoorziening in de vorm van een hulpmiddel of woningaanpassing of een persoonsgebonden budget (pgb) bedoeld om een hulpmiddel of woningaanpassing mee te kopen, niet zijnde dienstverlening zoals genoemd onder 5. 5.. Dienstverlening: een maatwerkvoorziening of pgb voor ondersteuning bij een gestructureerd huishouden, thuisondersteuning, dagondersteuning of kortdurend verblijf. 6.. Algemene dagelijkse levensbehoeften (adl): in en uit bed komen, aan- en uitkleden, bewegen, lopen, gaan zitten en weer opstaan, toiletbezoek, eten/drinken, medicijnen innemen, ontspanning en sociaal contact, douchebezoek en lichamelijke hygiëne voor inwoners met een zintuiglijke of verstandelijke beperking of psychiatrische problematiek (wordt in het verlengde gegeven van de overige benodigde ondersteuning). 7.. Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid (artikel 9, lid 4 Verordening Wmo 2015): een cliënt betoont te kort schietend besef van verantwoordelijkheid wanneer het college vaststelt dat een maatwerkvoorziening of pgb voor ondersteuning noodzakelijk is, terwijl de cliënt in staat is of zou zijn geweest op eigen kracht zijn zelfredzaamheid of participatie te handhaven, maar hier niet naar handelt of heeft gehandeld en hem dit valt te verwijten. 8.. Vermijdbare noodzaak (artikel 9, lid 1 Verordening Wmo 2015): het college beoordeelt individueel of de noodzaak van een maatwerkvoorziening of pgb voor ondersteuning vermijdbaar was, en of van de cliënt redelijkerwijs verwacht mocht worden dat hij maatregelen kon treffen die de hulpvraag overbodig hadden gemaakt. 9.. Melding en onderzoek (artikel 4 en 5 Verordening Maatschappelijke Ondersteuning Gemeente Heerenveen 2015): na een melding in de zin van artikel 2.3.2 lid 1 Wmo start het college een onderzoek zoals genoemd in artikel 2.3.2 lid 2 tot en met 8 Wmo en artikel 4 en 5 Verordening Maatschappelijke Ondersteuning.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel