Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 18

Ondersteuning bij het normale gebruik van de woning

Onderdeel van Beleidsregels Wmo 2015

Het college verstrekt een maatwerkvoorziening of pgb aan cliënten die ondersteuning bij zelfredzaamheid en participatie nodig hebben doordat zij beperkingen ondervinden bij het normale gebruik van hun woning, voor zover het zelfstandige woonruimte betreft, en voor zover in de beperkingen bij het normale gebruik van de woning niet kan worden voorzien op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met voorliggende voorzieningen, met een algemeen gebruikelijke voorziening, met een algemene voorziening, met mantelzorg of met ondersteuning uit het eigen sociaal netwerk. Het college verstrekt geen maatwerkvoorziening of pgb ten behoeve van gemeenschappelijke ruimtes, met uitzondering van: automatische deuropeners; hellingbanen; het verbreden van gemeenschappelijke toegangsdeuren; het aanbrengen van drempelhulpen of vlonders; het aanbrengen van een opstelplaats bij de toegangsdeur van de gemeenschappelijke ruimte. Het college verstaat onder een algemeen gebruikelijke woonvoorziening eveneens een algemeen gebruikelijke verhuizing. Een algemeen gebruikelijke woonvoorziening is een simpel hulpmiddel of een simpele aanpassing, niet aangepast aan de individuele gebruiker (afgezien van in hoogte verstelbare poten en dergelijke) en ook in de reguliere handel verkrijgbaar. Voorbeelden zijn (niet limitatief): Hendelkraan; verhoogde wc-pot; thermostaat mengkraan; handgrepen; los douchekrukje; grijper. Het college vindt een verhuizing in ieder geval algemeen gebruikelijk wanneer: de cliënt verhuist van een niet-zelfstandige woonruimte naar een zelfstandige woonruimte; de verhuizing voorzienbaar was. Dit is het geval wanneer de cliënt al geruime tijd op zoek was naar een andere woning, hetzij door ingeschreven te staan voor of te reageren op een huurwoning, hetzij door te zoeken naar een koopwoning. Het college verstrekt de goedkoopst adequate maatwerkvoorziening voor wonen en baseert zich daarbij op het voorzieningenniveau sociale woningbouw. De goedkoopst adequate maatwerkvoorziening voor wonen is een verhuizing naar een geschikte of geschikt te maken woning. Het college past lid 4, tweede volzin niet toe wanneer de totale kostprijs van de maatwerkvoorziening(en) ter ondersteuning van het normale gebruik van de woning, voor zover bekend ten tijde van het onderzoek, lager zijn dan € 8.000, of wanneer geen geschikte of geschikt te maken woning binnen een redelijke termijn beschikbaar is. Het college onderzoekt voor de individuele cliënt wat een redelijke termijn is en betrekt daarbij de eventuele uitstelbaarheid van de verhuizing. Een maatwerkvoorziening of pgb als ondersteuning bij het zelfstandig wonen kan bestaan uit: bouwkundige of woontechnische maatwerkvoorziening: woningaanpassing of woonunit; niet-bouwkundige of niet-woontechnische maatwerkvoorziening: losse of vaste hulpmiddelen; een vergoeding van stoffering- en/of verhuiskosten; het college kan deze vergoeding ook toekennen aan een inwoner die een aangepaste woning bewoont en het college deze woning beschikbaar wil laten komen voor een persoon met beperkingen; een uitraasruimte: verblijfsruimte voor een persoon die door een gedragsstoornis ernstig ontremd gedrag vertoont en voor wie het noodzakelijk om zich af te kunnen zonderen en tot rust te komen in een kleine, veilige en prikkelarme ruimte; huurderving: het college kan een verhuurder vragen een aangepaste woning beschikbaar te houden voor een persoon met een beperking en de huur derving vergoeden aan de verhuurder met ingang van de datum van opzegging van de vorige huurder.

Rechtspraak bij dit artikel