Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 24

Maatwerkvoorziening of pgb voor ondersteuning bij vervoer rondom de woonplaats

Onderdeel van Beleidsregels Wmo 2015

1.. Het college verstrekt een maatwerkvoorziening of pgb voor ondersteuning bij vervoer aan een cliënt met een (zeer) beperkte mobiliteit wanneer uit het onderzoek blijkt dat de cliënt een substantiële vervoersbehoefte heeft en hierin niet kan voorzien op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met voorliggende voorzieningen, met een algemeen gebruikelijke voorziening, met een algemene voorziening, met mantelzorg of met ondersteuning uit het eigen sociaal netwerk. 2.. Het college verstrekt de goedkoopst adequate maatwerkvoorziening voor ondersteuning bij vervoer. Bij een cliënt met een beperkte mobiliteit is de goedkoopst adequate voorziening voor ondersteuning bij vervoer het systeem van collectief deur-tot-deur vervoer (hierna ‘de taxipas’ genoemd) dat is gericht op het vervoer van personen met een beperking, voor zover aanwezig in de gemeente. Het college verstrekt pas een andere maatwerkvoorziening dan de taxipas of een pgb wanneer de cliënt geen gebruik kan maken van de taxipas. 3.. Bij een cliënt met een zeer beperkte mobiliteit kan het college naast de taxipas of andere voorziening een aanvullende maatwerkvoorziening of pgb voor vervoer op de korte afstand verstrekken. 4.. Het college verstrekt geen maatwerkvoorziening voor vervoer naar dagondersteuning die wordt verstrekt op grond van de Wmo 2015 en artikel 27, 28, 29 en 30 van deze beleidsregels. 5.. Voorbeelden van een maatwerkvoorzieningen voor ondersteuning bij vervoer zijn: taxipas voor het gebruik van collectief vervoer in een taxi of rolstoeltaxi; aangepaste fiets of tandem; autoaanpassing; scootmobiel; gesloten invalidenvoertuig; noodzakelijke accessoires.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel