**1..** Indien de belanghebbende een inkomensvoorziening ontvangt, bedraagt de aflossingsverplichting tenminste 10% van de toepasselijke bijstandsnorm inclusief gemeentelijke toeslag en met inbegrip van het vakantiegeld.
**2..** De aflossing kan lager worden vastgesteld voor zover de vordering, niet zijnde een fraudevordering, binnen een periode van 36 maanden geheel kan worden afgelost.
**3..** Bij beëindiging van de uitkering blijft de aflossing gedurende zes maanden beperkt tot het in lid 1 genoemde percentage; dit wordt per beschikking aan de belanghebbende meegedeeld.
**4..** Na afloop van de in lid 3 bedoelde zes maanden, wordt de aflossing bepaald op het in lid 1 genoemde percentage, vermeerderd met 35% van het inkomen boven de toepasselijke bijstandsnorm; bij fraudevorderingen is dat percentage 50.
**5..** Het college kan van de vorige leden afwijken als de omstandigheden van belanghebbende daartoe aanleiding geven.
Artikel 14.
Aflossingscapaciteit
Onderdeel van Beleidsregels terugvordering en verhaal Participatiewet, IOAW en IOAZ 2015 gemeente Velsen