Het niet voldoen aan de door het college opgelegde verplichtingen of het verwijtbaar handelen of nalaten van de belanghebbende wordt, met inachtneming van de bepalingen van de verordening, beoordeeld aan de hand van de volgende stappen:
1. De ernst van het feit
Dit is de feitelijke constatering door het college van het verwijtbare gedrag van de belanghebbende.
2. De mate van verwijtbaarheid
In deze fase wordt door het college beoordeeld in welke mate belanghebbende het niet nakomen van
verplichtingen of diens handelen of nalaten kan worden verweten.
3. De omstandigheden van persoon en gezin / dringende redenen
De derde stap is dat het college beoordeelt of er sprake is van dringende redenen om van een volgens a en b op te leggen maatregel af te zien of deze te matigen.
Artikel 2.
Weging van het gedrag
Onderdeel van Beleidsregels maatregelen Participatiewet, IOAW en IOAZ 2015 gemeente Velsen, 1e wijziging