Naar hoofdinhoud
Het niet voldoen aan de door het college opgelegde verplichtingen of het verwijtbaar handelen of nalaten van de belanghebbende wordt, met inachtneming van de bepalingen van de verordening, beoordeeld aan de hand van de volgende stappen: 1. De ernst van het feit Dit is de feitelijke constatering door het college van het verwijtbare gedrag van de belanghebbende. 2. De mate van verwijtbaarheid In deze fase wordt door het college beoordeeld in welke mate belanghebbende het niet nakomen van verplichtingen of diens handelen of nalaten kan worden verweten. 3. De omstandigheden van persoon en gezin / dringende redenen De derde stap is dat het college beoordeelt of er sprake is van dringende redenen om van een volgens a en b op te leggen maatregel af te zien of deze te matigen.

Rechtspraak bij dit artikel