De belasting als bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt
geheven naar het aantal kubieke meters afvalwater dat vanuit
het eigendom wordt afgevoerd.
Het aantal kubieke meters afvalwater wordt gesteld op het
aantal kubieke meters water dat in de laatste aan het begin
van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het
eigendom is toegevoerd of is opgepompt. In geval de
verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van twaalf
maanden, wordt de hoeveelheid water door herleiding naar
tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt een gedeelte
van een kalendermaand voor een volle maand gerekend.
Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet
die pompinstallatie zijn voorzien van een:
watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water
kan worden afgelezen, of
bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een
pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is
geweest kan worden afgelezen.De eerste volzin is
niet van toepassing indien vaststelling van de
hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van
enige andere wettelijke bepaling.
De op de voet van het tweede lid berekende hoeveelheid
toegevoerd of opgepompt water wordt verminderd met de
hoeveelheid water die niet als afvalwater is afgevoerd.
Artikel 5
Maatstaf van heffing
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2015