Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Artikel 1

Onderdeel van Treasurystatuut Gemeente Velsen 2014

Begrippenkader Agentschap; Het uitvoeringsorgaan van het Ministerie van Financiën, dat verantwoordelijk is voor de uitvoering van schatkistbankieren. BLDO; Besluit leningvoorwaarden decentrale overheden BNG; N.V. Bank Nederlandse Gemeenten Deposito; Het creditbedrag op een aan de rekening-courant bij ’s Rijks schatkist gekoppelde rekening, waarover een vooraf vastgestelde rente wordt vergoed en waarover gedurende een vooraf vastgestelde periode door de gemeente niet vrij kan worden beschikt. Derivaten; Dit zijn afgeleide beleggingsproducten, financiële instrumenten die hun bestaan ontlenen aan bepaalde onderliggende waarde. De onderliggende waarden kunnen financiële producten, zoals leningen of obligaties zijn. Derivaten worden onder andere gebruikt om renterisico’s te sturen en financieringskosten te minimaliseren. Drempelbedrag; Het maximale bedrag aan overtollige middelen dat de gemeente niet hoeft aan te houden bij ’s Rijks schatkist, zijnde 0,75% van het begrotingstotaal van het lopende jaar. DSL-rente; De rente op Nederlandse staatsleningen (Dutch State Loans). De rente wordt dagelijks door een door de minister van Financiën aangewezen elektronisch handelsplatform vastgesteld en geldt voor de deposito’s bij ’s Rijks schatkist met een looptijd langer dan 12 maanden. DTC-rente; De rente op Nederlands schatkistpapier (Dutch Treasury Certificates). De rente wordt dagelijks door een door de minister van Financiën aangewezen elektronisch handelsplatform vastgesteld en geldt voor de deposito’s bij ’s Rijks schatkist met een looptijd tot en met 12 maanden. EER-lidstaten; Tot de Europese Economische Ruimte (EER) behoren alle landen van de Europese Unie, Liechtenstein, Noorwegen en IJsland. EONIA; De dagelijkse vaststelling door de Europese Centrale Bank van de rente waartegen gemiddeld genomen overnight en zonder onderpand liquiditeiten zijn geleend in de eurogeldmarkt door een panel van banken. De rente op de rekening-courant bij ’s Rijks schatkist is gelijk aan de EONIA-fixing. De fixing wordt aan het eind van een dag definitief vastgesteld. Financiële instelling; Een instelling die in een lidstaat het bedrijf van kredietinstelling mag uitoefenen, het bedrijf verzekeraar mag uitoefenen, beleggings-diensten mag verlenen, beleggingsinstellingen mag beheren of rechten van deelneming in een beleggingsmaatschappij mag aanbieden. Financiering; Het aantrekken van financiële middelen. Geldstromenbeheer; Alle activiteiten die nodig zijn om liquiditeiten te transfereren, zowel intern als extern. Huisbankier; Gekozen bank (n.a.v. aanbesteding) die aan bepaalde voorwaarden moet voldoen. Intradaglimiet; Het maximumbedrag dat gedurende de dag debet mag worden gestaan op de tussenrekening bij de huisbankier ten behoeve van het schatkistbankieren. Kasgeldlimiet; Een bedrag op basis van de Wet fido ter grootte van een percentage van 8,5%, conform de “Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden (Ufdo)”, van het totaal van de jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het jaar. Met de kasgeldlimiet wordt een grens gesteld aan korte financiering om grote fluctuaties in de rentelasten te vermijden. Limiet; Een type richtlijn die de (uiterste) grens aangeeft van een bepaalde handeling, verantwoordelijkheid en/of bevoegdheid. Liquiditeitenprognose; Een gestructureerd overzicht van de toekomstige inkomsten en uitgaven ingedeeld naar aard en tijdseenheid. Liquiditeitenrisicobeheer; Het beheersen van risico’s welke kunnen ontstaan als gevolg van onverwachte wijzigingen in de liquiditeitenplanning en de meerjaren-investeringsplanning risicobeheer. Medium term notes; Verhandelbare schuldbekentenissen met een looptijd tussen vijf en tien jaar. Netto vlottende schuld; Het gezamenlijk bedrag van: de opgenomen gelden met een oorspronkelijk rentetypische looptijd korter dan één jaar; de schuld in rekening-courant; de voor een termijn van korter dan één jaar ter bewaring in kas gestorte gelden van derden; overige geldleningen die geen onderdeel uitmaken van de vaste schuld, verminderd met het gezamenlijke bedrag van contante gelden, tegoeden in rekening-courant en de overige uitstaande gelden met een rentetypische looptijd van korter dan één jaar. Paragraaf Financiering; De in het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten, verplichte paragraaf in de programmabegroting en in de programmarekening, waarin het geplande c.q. gerealiseerde treasurybeheer wordt weergegeven. Rekening-courant; De rekening-courant bij het agentschap van Ministerie van Financiën ten behoeve van schatkistbankieren. Rentecomité; Centraal orgaan binnen de gemeente inzake het rente- en treasurymanagement. Renterisico; Het gevaar van ongewenste veranderingen van de (financiële) resultaten van de gemeente door rentewijzigingen. Renterisicobeheer; Het beheersen van risico’s die voortvloeien uit veranderingen in de financiële resultaten van de gemeente als gevolg van rentewijzigingen. Renterisiconorm; Een op basis van de Wet fido gefixeerd risicopercentage van 20%, conform de Ufdo, van het totaal van het begrotingstotaal van de gemeente bij aanvang van het jaar. Het doel van de renterisiconorm is het beheersen van de renterisico’s op de vaste schuld (schuld met een rentetypische looptijd van één jaar of langer) door het aanbrengen van spreiding in de looptijden in de leningenportefeuille. Rentetypische looptijd; Het tijdsinterval gedurende de looptijd van een geldlening, waarin op basis van de leningsvoorwaarden van de geldlening sprake is van een door de verstrekker van de geldlening niet beïnvloedbare constante rentevergoeding (rentevaste periode). Rentevisie; Visie op de toekomstige renteontwikkeling. Ruddo; Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden. Schatkistbankieren; Het aanhouden van alle overtollige middelen in de schatkist van het Ministerie van Financiën. Toezichthouder; Het bestuursorgaan de op grond van enige wettelijke bepaling is belast met het toezicht op de begroting van een openbaar lichaam. Treasurybeheer; Het treasurybeheer is de (beleids)uitvoering van de treasuryfunctie, binnen de kaders van het treasurystatuut. De realisatie hiervan komt aan de orde in de paragraaf Financiering van achtereenvolgens de begroting en het jaarverslag. Treasurybeleid; Het treasurybeleid bestaat uit de uitgangspunten, doelstellingen, richtlijnen en limieten en de organisatorische en administratieve kaders, de informatievoorziening en de administratieve organisatie ter uitvoering van de treasuryfunctie. Treasuryfunctie; Omvat alle activiteiten die zich richten op het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezichthouden op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. De treasuryfunctie bestaat uit vier deelfuncties: risicobeheer, gemeentefinanciering, kasbeheer en debiteuren- en crediteurenbeheer. Treasurystatuut; Het document waarin het treasurybeleid is vastgelegd. Tussenrekening; De rekening die de gemeente aanhoudt bij één of meer banken ten behoeve van het schatkistbankieren via welke de zero-balancing plaatsvindt. Ufdo; Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden. Uitgezondere middelen; Middelen die niet verplicht in ’s Rijks schatkist behoeven te worden aangehouden (zie ook bijlage 2 van de Regeling schatkistbankieren decentrale overheden) Uitzetten van middelen; Het tijdelijk toevertrouwen van liquiditeiten aan derden tegen vooraf overeengekomen condities en bedingen. Kortlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode tot één jaar en langlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode van één jaar en langer. Valutarisicobeheer; Het beheersen van risico’s die voortvloeien uit de mogelijkheid dat op een bepaald moment de waarde van de vreemde valutastromen, uitgedrukt in eigen valuta afwijkt van hetgeen verwacht werd op het beslissingsmoment. Vaste schuld; Het gezamenlijk bedrag van de schuld uit hoofde van de geldleningen met een oorspronkelijke rentetypische looptijd van één jaar of langer en de voor een termijn van één jaar of langer ontvangen waarborgsommen. Wet fido; Wet financiering decentrale overheden Zero-balancing; De aanzuivering dan wel afroming van de tussenrekening ten laste dan wel ten gunste van de rekening-courant.

Rechtspraak bij dit artikel