Bij de inzet van scholing wordt gekeken naar de arbeidsmarktrelevantie en de duur ervan. Gekozen wordt voor die scholing die het snelst leidt tot het beoogde doel. In beginsel zal er geen scholing ingezet worden die langer dan 12 maanden in beslag neemt. Bovendien wordt de scholing gecombineerd met een andere voorziening, doorgaans met een voorziening waarbij er werkzaamheden worden verricht, behalve bij alleenstaande ouders die ontheven zijn van de verplichting tot arbeidsinschakeling en daarvoor in de plaats een scholingsplicht hebben (artikel 9a van de wet).
Hoofdstuk 4.
Artikel 12.
Scholing
Onderdeel van Re-Integratieverordening Participatiewet Rijk van Nijmgen