Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Artikel 6

Onderdeel van Verordening Burgerinitiatief Bloemendaal 2004

1.. Naar aanleiding van een ingediend burgerinitiatiefvoorstel agendeert het presidium voor de eerstvolgende vergadering van de raad het instellen van een ad hoc commissie die de raad adviseert over de vraag, of een initiatiefgerechtigde een geldig verzoek is ingediend. 2.. Nadat het besluit tot het instellen van een ad hoc commissie is genomen, worden in dezelfde vergadering de leden van de commissie benoemd. 3.. Deze ad hoc commissie zal bestaan uit minimaal 3 leden van de raad. De ad hoc commissie wordt ondersteund door de griffie. 4.. De commissie legt haar bevindingen voor in de eerst volgende raadsvergadering. De commissie maakt hiertoe een raadsvoorstel en stelt zonodig de termijn van afhandeling voor. De raad stelt de termijn van afhandeling vast. 5.. De voorzitter van de raad nodigt de verzoeker schriftelijk uit voor de vergadering waarvoor het burgerinitiatiefvoorstel is geagendeerd. De verzoeker of zijn plaatsvervanger heeft tijdens deze vergadering de gelegenheid om zijn burgerinitiatiefvoorstel mondeling nader toe te lichten. 6.. Zo spoedig mogelijk nadat de raad over het burgerinitiatiefvoorstel een besluit heeft genomen wordt dit besluit bekendgemaakt door kennisgeving van het besluit of van de zakelijke inhoud ervan in een van overheidswege uitgegeven blad of een dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad, dan wel op een andere geschikte wijze. Tegelijkertijd met de bekendmaking wordt van het besluit mededeling gedaan aan verzoeker.

Rechtspraak bij dit artikel