Naar hoofdinhoud
In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing bij de begroting en de jaarstukken neemt het college naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 11 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op: de risico’s van materieel belang en een inschatting van de kans dat deze risico’s zich voordoen. Het college brengt hierbij in elk geval de risico’s in beeld en actualiseert de risico’s genoemd in de nota bedoeld in het eerste lid. Hierbij wordt speciale aandacht gegeven aan: een inventarisatie van de weerstandscapaciteit; een inventarisatie van de risico’s; het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s; tegenvallende rente-ontwikkelingen op de kapitaalmarkt; tegenvallende resultaten uit grondexploitatie; lopende en te verwachten claims van derden; nog niet getaxeerde kosten van (vermoedde) milieuverontreiniging; overschrijding openeinde regelingen en subsidies; dreigend faillissement van verbonden partijen; dreigend faillissement van derden bij wie borgstellingen, garanties, leningen of vorderingen uitstaan. het nader analyseren van specifieke onderdelen of onderwerpen uit de Perspectiefnota, waarbij de gemeenteraad scenarioanalyses uitgewerkt kan willen hebben in het geval de raad daartoe aanleiding ziet. Het college geeft aan in de paragraaf weerstandsvermogen van de begroting en van de jaarstukken de weerstandscapaciteit en in hoeverre schade en verliezen als gevolg van de risico’s van materieel belang met de weerstandscapaciteit kunnen worden opgevangen. Het college biedt tenminste eenmaal in de vier jaar een (bijgestelde) nota weerstandsvermogen en risicomanagement aan. In deze nota wordt ingegaan op het risicomanagement, het opvangen van risico’s door verzekeringen, voorzieningen, het weerstandsvermogen of anderszins. In de nota wordt tevens het gewenste weerstandscapaciteit bepaald. De raad stelt de nota vast binnen drie maanden nadat de nota is aangeboden.

Rechtspraak bij dit artikel