In de paragraaf grondbeleid bij de begroting en de jaarstukken neemt het college naast de verplichte onderdelen op grond van artikel van 16 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten wordt in ieder geval ingegaan op:
de uitvoering van de nota grondbeleid, met name de belangrijkste financiële ontwikkelingen zoals verlies/winstverwachtingen, de verwerving van gronden e.d. en de relaties van het grondbeleid met de programma’s. Bij de begroting en de jaarstukken doet het college in de paragraaf grondbeleid verslag van:
een visie op het grondbeleid in relatie tot de realisatie van de doelstellingen van de programma’s die zijn opgenomen in de begroting;
een aanduiding van de wijze waarop de gemeente het grondbeleid uitvoert;
een actuele prognose van de te verwachten resultaten van de totale grondexploitatie;
een onderbouwing van de geraamde winstneming;
de beleidsuitgangspunten omtrent de reserves voor grondzaken in relatie tot de risico’s van de grondzaken.
Het college biedt ten minste eens in de vier jaar een (bijgestelde) nota grondbeleid aan ter behandeling en vaststelling door de raad. In deze nota wordt aandacht besteed aan:
de relatie met de programma’s van de begroting;
de strategische visie van het toekomstig grondbeleid van de gemeente;
aan te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten;
de voorraadverwerving en uitgifte van gronden;
de uitgifte van gronden in erfpacht en de bijstelling van erfpachtvergoedingen.
Het college zorgt voor een adequate integrale taxplanning.
Alle agendastukken voor de gemeenteraad worden aan zowel de commissie Woonomgeving als aan de commissie Bestuur, Financiën en economische Zaken gezonden. De inhoudelijke behandeling vindt plaats in de commissie Woonomgeving en de financiële behandeling vindt plaats in de commissie Bestuur, Financiën en Economische Zaken.
De raad stelt de nota vast binnen drie maanden nadat de nota is ingediend.
Hoofdstuk 4.
Artikel 23.