**1..** Bij iedere begroting en jaarstukken wordt een overzicht gegeven van welke producten uit de productraming onder welke programma’s horen.
**2..** De onderverdeling van de 6 programma’s in de producten staat voor de raadsperiode vast, tenzij er dringende redenen zijn tot wijzigen. Wijzigingen worden bij de begroting expliciet vermeld.
**3..** Het college draagt zorg voor een adequate vertaling van de verantwoording van de diensten naar de productenrealisatie en naar de programma verantwoording.
**4..** Het college legt verantwoording af over de uitvoering van de programma’s. In de verantwoording geeft het college aan:
wat hebben we bereikt?
wat hebben we ervoor gedaan?
wat heeft het gekost?
hoe verhouden zich de resultaten tot de in de begroting gestelde doelen?
**5..** De raad bepaalt aan de hand van de uitvoering van de programma’s of de beleidsdoelen van de programma’s voor het lopende jaar bijstelling behoeven.
**6..** Het college draagt er zorg voor, dat al het beleid waartoe de raad heeft besloten, in de uiteenzetting van de financiële positie en de meerjarenramingen is opgenomen.
**7..** Het totaalbedrag aan verleende garanties en waarborgen worden bij de uiteenzetting van de financiële positie expliciet vermeld.
**8..** De raad autoriseert met het vaststellen van de financiële positie de investeringskredieten. In de begroting wordt van de nieuwe investeringen per investering het benodigde investeringskrediet weergegeven.
**9..** Bij de uiteenzetting van de financiële positie in begroting wordt in aanvulling op het bepaalde in artikel 20 en artikel 21 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten inzicht gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie als gevolg van de begroting, de meerjarenraming en de investeringen.
Hoofdstuk 2.
Artikel 3.