**•.** 1.1 Verstrekking van een toegekende individuele voorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget vindt plaats op verzoek van de aanvrager. Dit gebeurt nadat het college de aanvrager in duidelijke en begrijpelijke bewoordingen heeft geïnformeerd over de gevolgen van deze keuze.
**•.** 1.2 Het college mag verstrekking in de vorm van een persoonsgebonden budget weigeren als:
op grond van aanwijzingen het ernstige vermoeden bestaat dat de aanvrager problemen zal hebben bij het omgaan met een persoonsgebonden budget;
er sprake is van een vastgesteld oneigenlijk gebruik of misbruik van een persoonsgebonden budget in het verleden;
er sprake is van een belanghebbende met aanzienlijke schulden terwijl deze belanghebbende medewerking weigert bij het oplossen van deze schuldenproblematiek;
de door belanghebbende gewenste voorziening niet voldoet aan de gebruiksdoelen en daardoor niet compenserend is;
de aanvrager een zeer progressief ziektebeeld heeft waardoor op voorhand al vast staat dat binnen korte tijd vervanging van de voorziening nodig is. Als de verwachting is dat belanghebbende een voorziening voor een beperkte periode nodig heeft, dan kan het college deze voorziening in natura ter beschikking stellen of een persoonsgebonden budget geven waarmee belanghebbende een voorziening kan huren
het bieden van de keuzevrijheid de mogelijkheid om een collectief systeem in stand te houden, ondergraaft;
er, naar het oordeel van het college, andere zwaarwegende bezwaren bestaan tegen verstrekking in de vorm van een persoonsgebonden budget.
**•.** 1.3Voorzieningen die bij voorkeur in natura worden verstrekt zijn:
mobiele tilliften, vaste douchezittingen, losse douchestoelen, douchebrancards, eenvoudige toiletverhogers en eenvoudige toiletstoelen.
**•.** 1.4 Het college kan belanghebbende vragen over een specifieke periode verantwoording af te leggen over de besteding van het persoonsgebonden budget. Verantwoording afleggen gebeurt door het overleggen van een factuur van de aangeschafte voorziening of van nota’s en betalingsbewijzen van de ingeschakelde hulp bij het huishouden over een specifieke periode. Als het college van deze mogelijkheid gebruik maakt, legt het college voor aanvang van deze periode aan belanghebbende de verplichting op om de relevante bewijsstukken te bewaren en over te leggen.
**•.** 1.5 Bij de verlening van een persoonsgebonden budget legt het College aan belanghebbende de volgende verplichtingen op:
belanghebbende gebruikt het persoonsgebonden budget uitsluitend om het resultaat te behalen waarvoor het persoonsgebonden budget is verstrekt
de voorziening of de dienst die de budgethouder inkoopt, is adequaat en kwalitatief verantwoord en voldoet aan het programma van eisen dat het college heeft vastgesteld.
Hoofdstuk 1.
Artikel 1.
Regels rond verstrekking en verantwoording
Onderdeel van Besluit Maatschappelijke Ondersteuning Gemeente Ede