Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 5

Artikel 5.2

Hoogte en uitbetaling tegemoetkoming meerkosten

Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Voorschoten 2015

1.. De hoogte van de tegemoetkomingen zijn gebaseerd op de bedragen van het Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning 2014 Voorschoten. 2.. De hoogte van de tegemoetkoming voor: de kosten van verhuizing en inrichting bedragen € 1.975,- indien het een belanghebbende betreft die op advies van het college naar een geschikte woning verhuist; de kosten van verhuizing en inrichting bedragen € 4.050,- indien een belanghebbende op verzoek van het college ten behoeve van een persoon met een beperking zijn woonruimte, bestemd voor permanente bewoning, heeft vrijgemaakt. de kosten van tijdelijke huisvesting zijn gelijk aan de werkelijk gemaakte kosten met een maximum van € 718,79 per maand indien het een zelfstandige woonruimte betreft of de te verlaten woonruimte langer moet worden aangehouden, en € 360,70 per maand indien het een niet zelfstandige woonruimte betreft. 3.. de kosten van woningsanering worden gebaseerd op de daarvoor geldende NIBUD normen. De definitieve vaststelling vindt plaats aan de hand ingediende rekeningen. De definitief toegekende financiële tegemoetkoming bedraagt niet meer dan de genoemde NIBUD normen Uitbetaling vindt plaats aan de persoon aan wie de tegemoetkoming is toegekend na de verhuizing als bedoeld onder a, b en c. 4.. De hoogte van de tegemoetkoming voor deelname aan het maatschappelijk verkeer wordt vastgesteld op basis van: de door het College vastgestelde vervoersbehoefte voor deelname aan het maatschappelijk verkeer waaronder begrepen andere vervoersvoorzieningen waaronder de aanvrager beschikt of kan beschikken. De hoogte van de tegemoetkoming wordt op deze omstandigheden afgestemd; de samenvallende vervoersbehoeften van echtgenoten of daarmee gelijkgestelden. 5.. Onverminderd het bepaalde in het vorige lid bedraagt de hoogte van de tegemoetkoming voor deelname aan het maatschappelijk verkeer voor: het gebruik van een eigen auto bedraagt maximaal € 576,00 per jaar (€ 0,28 per kilometer). De hoogte van de tegemoetkoming wordt gebaseerd op de vastgestelde noodzakelijke verplaatsingen binnen de leefomgeving en wordt jaarlijks in gelijke termijnen betaalbaar gesteld aan de aanvrager op basis van declaratie; het gebruik van het collectief vervoer maximaal 384 zones en een maximaal vrij besteedbaar bedrag van € 288,- per jaar. De hoogte van de tegemoetkoming wordt gebaseerd op de vastgestelde noodzakelijke verplaatsingen binnen de leefomgeving en wordt jaarlijks in gelijke termijnen betaalbaar gesteld aan de aanvrager op basis van declaratie; het gebruik van een taxi bedraagt maximaal € 1.860,- per jaar inclusief een eigen bijdrage van € 0,16 per kilometer; een combinatie van de eigen auto (a) en de taxi (c) bedraagt de maximale bijdrage voor de eigen auto € 288,- en de taxi € 930,- per jaar; het gebruik van een rolstoeltaxi bedraagt maximaal € 2.832,00 per jaar inclusief een eigen bijdrage van € 0,16 per kilometer; een voor rolstoelgebruik aangepast vervoermiddel maximaal € 576,- per jaar gebaseerd op een kilometervergoeding van € 0,28 per kilometer; een combinatie van de rolstoeltaxi (e) en een voor rolstoelgebruik aangepast vervoermiddel (f) bedraagt de maximale bijdrage voor de rolstoeltaxi € 1.416,- en voor het aangepaste vervoermiddel € 288,- ; een bruikleenauto/buitenwagen maximaal € 240,- per jaar gebaseerd op een kilometervergoeding van € 0,28 per kilometer; de aanschaf van een sportvoorziening bedraagt maximaal € 2.820,00 voor een periode van minimaal drie jaar. Uitbetaling vindt plaats aan de aanvrager op basis van een door het college akkoord bevonden offerte of factuur; Personen die een vervoersvoorziening ontvangen in de vorm van de Regiotaxi moeten een bijdrage betalen aan de Regiotaxi. De hoogte van deze bijdrage is gelijk aan het tarief van het reguliere openbaar vervoer, 2015 tot 65 jaar € 0,72 en 65 plus € 0,47. 6.. Het College kan de hoogte van de tegemoetkoming in het vorige lid onder a, b of c afstemmen op de samenvallende vervoersbehoefte van de echtgenoten of daarmee gelijkgestelden. 7.. Vallen de vervoersbehoeften als bedoeld in het vorige lid samen, dan verstrekt het College slechts een keer een bedrag bedoeld in het vierde lid onder a, b, c, d, e, f, g , h en i 8.. Vallen de vervoersbehoeften als bedoeld in het vorige lid niet of slechts ten dele samen, dan kan aan elke bedoelde persoon een tegemoetkoming worden verstrekt welke tezamen niet meer bedragen dan 1,5 maal het bedrag bedoeld in het vierde lid onder a, b, c, d, e, f, g, h en i 9.. De hoogte van de tegemoetkoming als bedoeld artikel 12.1 tweede lid van de verordening en artikel 5.1 tweede lid van dit Besluit bedraagt: (i) € 150,-- per kalenderjaar voor een alleenstaande met met een bruto jaarinkomen tot € 24.000,-- als hij in dat jaar het volledig verplicht eigen risico heeft betaald voor de zorgkostenverzekering en de voor hem geldende maximale bijdrage voor een maatwerkvoorziening aan het CAK betaald; hierbij wordt het bruto jaarinkomen gehanteerd zoals vermeld op het op het betreffende jaar betrekking hebbende IB-60 formulier; (ii) € 150,-- per kalenderjaar per persoon van een meerpersoonshuishouden met een bruto gezinsinkomen tot € 34.000,-- als in dat jaar het volledige verplicht eigen risico is betaald voor de zorgkostenverzekering en de voor hem geldende maximale bijdrage voor een maatwerkvoorziening aan het CAK betaald; hierbij wordt het bruto jaarinkomen gehanteerd zoals vermeld op het op het betreffende jaar betrekking hebbende IB-60 formulier. 10.. De aanvraag om een tegemoetkoming als bedoeld in het tweede lid kan worden ingediend in het laatste kwartaal tot uiterlijk drie maanden na afloop van het kalenderjaar waarop de kosten betrekking hebben.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel