In deze verordening wordt verstaan onder:
actiegebied: een gebied dat burgemeester en wethouders hebben aangewezen met het doel de daarin gelegen woonruimte vrij van bewoning te maken, zodat sloop en/of verbetering van woonruimte kan plaatsvinden;
ambtshalve inschrijving: het zonder formele aanvraag opnemen van huishoudens, woonachtig op te deconcentreren of op te heffen woonwagenlocaties, als standplaatszoekenden in het Register;
burgemeester en wethouders: burgemeester en wethouders van de gemeente Wassenaar;
doorstromer: een woningzoekende die op de dag dat het woningaanbod wordt gepubliceerd over zelfstandige woonruimte in Nederland beschikt en deze leeg achterlaat voor verkoop of verhuur; onder doorstromer wordt mede begrepen iemand die (aantoonbaar met in Nederland erkende documenten) na beëindiging van een duurzame gemeenschappelijke huishouding op zoek is naar zelfstandige woonruimte;
economische binding: binding aan het stadsgewest overeenkomstig het in artikel 1,onder l, van de Huisvestingswet (Stb. 1992, 548) bepaalde, alsmede het duurzaam volgen van een dagopleiding in het stadsgewest;
eigenaar: de eigenaar als bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de Huisvestingswet;
gemeenteraad: de gemeenteraad van de gemeente Wassenaar;
gepubliceerd woningaanbod: het periodiek openbaar gemaakt aanbod van voor verhuur of verkoop beschikbaar komende woonruimte, waarop elke woningzoekende op eigen initiatief kan reageren;
herstructureringskandidaat: een woningzoekende die op het moment van een actiegebiedaanwijzing:
met toestemming van de eigenaar als hoofdbewoner/huurder woonachtig is in een in het betreffende actiegebied gelegen zelfstandige woonruimte;
of aantoonbaar tenminste anderhalf jaar inwonend is in een in het betreffende actiegebied gelegen woonruimte die met toestemming van de eigenaar door de hoofdbewoner/huurder wordt bewoond;
huishouden: een alleenstaande dan wel twee of meer personen die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren of willen voeren;
huisvestingsvergunning: de vergunning, bedoeld in artikel 7 van de Huisvestingswet;
huurprijs: het daaromtrent in artikel 1, eerste lid, onder j, juncto vierde en vijfde lid, van de Huisvestingswet bepaalde;
huurprijsgrens: het daaromtrent in artikel 6, derde lid, van de Huisvestingswet bepaalde;
huurwoning: een woonruimte waarvoor de gebruiker een vergoeding verschuldigd is aan de zakelijk gerechtigde, of ten aanzien waarvan de gebruiker een huurovereenkomst is aangegaan;
ingezetene: degene die opgenomen is in de basisadministratie van een gemeente van het stadsgewest en feitelijk in de regio hoofdverblijf heeft in een voor permanente bewoning aangewezen woonruimte;
inkomen: onder inkomen wordt verstaan het gezamenlijke verzamelinkomen als bedoeld in artikel 2.3 van de Wet Inkomstenbelasting 2001 van de bewoners van een woongelegenheid, met uitzondering van kinderen in de zin van artikel 4 van de Wet Awir, met dien verstande dat in het eerste lid van dat artikel voor 'belanghebbende' telkens moet worden gelezen 'huurder'.
inschrijvingsduur: de periode dat een woningzoekende aaneensluitend is ingeschreven bij een woningcorporatie als bedoeld in artikel 21;
inwoning: het bewonen van een deel van een woonruimte die door een ander huishouden als hoofdbewoner in gebruik is genomen;
kamer: hetgeen in het Bouwbesluit (Stb. 2002, 518) wordt verstaan onder verblijfsruimte;
koopprijs: het daaromtrent in artikel 1, onder k, van de Huisvestingswet bepaalde;
koopprijsgrens: het daaromtrent in artikel 6, derde lid, van de Huisvestingswet bepaalde;
koopwoning: een woonruimte, waarvan de gebruiker volgens het kadaster tevens eigenaar is, of waarvan de gebruiker tevens lid is van een coöperatieve vereniging welke volgens het kadaster staat ingeschreven; of waarvan de gebruiker op deugdelijke wijze kan aantonen dat hij als eigenaar moet worden beschouwd;
het daaromtrent in artikel 1, eerste lid, onder i, van de Huisvestingswet bepaalde;
maatschappelijke binding: het daaromtrent in artikel 1, onder m, van de Huisvestingswet bepaalde;
onttrekkingsvergunning: de vergunning als bedoeld in artikel 30 van de Huisvestingswet;
onzelfstandige woonruimte: woonruimte, niet zijnde woonruimte bestemd voor inwoning, welke geen eigen toegang heeft en welke niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte;
reactieduur: de periode vanaf de datum waarop een woningzoekende voor het eerst op een aanbod heeft gereageerd met een juist ingevulde woonbon.
Register: het register van standplaatszoekenden als bedoeld in artikel 25, eerste lid;
splitsingsvergunning: de vergunning als bedoeld in artikel 33 van de Huisvestingswet;
standplaats: een standplaats als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Huisvestingswet;
standplaatszoekende: degene die in het Register is ingeschreven;
starter: een woningzoekende die op dag dat het woningaanbod wordt gepubliceerd geen zelfstandige woonruimte leeg achterlaat voor verkoop of verhuur;
SVH: vereniging Sociale Verhuurders Haaglanden;
toetsingscommissie: de door burgemeester en wethouders in te stellen commissie die burgemeester en wethouders adviseert ter zake van de uitvoering van artikel 31;
woonduur: de onafgebroken periode gedurende welke een woningzoekende de huidige woonruimte in Nederland zelfstandig bewoont conform de gegevens van de gemeentelijke basisadministratie;
woonoppervlakte: met woonoppervlakte wordt bedoeld het totaal van de oppervlakten van vertrekken, zoals gedefinieerd in het Woningwaarderingstelsel. Vertrekken: woonkamer, keuken, badkamer/doucheruimte, slaapkamer(s), zolderkamer indien bereikbaar via vaste trap en met ruime mate van daglichtaanwezigheid. Overige ruimtes: kelder, bijkeuken, wasruimte, bergruimte/schuur, ingebouwde kasten groter dan 2 m, garage, zolder niet zijnde vertrek, en verkeersruimten worden niet meegeteld.
woonruimte: woonruimte als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, juncto derde lid van de Huisvestingswet;
HOOFDSTUK 1 › § 1
Artikel 1.
Artikel 1.
Onderdeel van Huisvestingsverordening 2015 Gemeente Wassenaar