**1..** Het inkomen van het huishouden moet in een naar het oordeel van burgemeester en wethouders redelijke verhouding staan tot de huurprijs of de koopprijs van de woonruimte.
**2..** Woonruimten worden verhuurd overeenkomstig artikel 8, tweede lid, van het Huisvestingsbesluit.
**3..** .
Bij de toepassing van het gestelde in het eerste lid geldt dat een huishouden met een inkomen van maximaal 50.000 euro een woonruimte tot de huurprijsgrens kan huren.
Het inkomen van de huurprijsgrens wordt geïndexeerd overeenkomstig de indexeringsmethode van de doelgroepgrens in de Wet op de huurtoeslag.
**4..** Indien voor een woonruimte geen gegadigde met een inkomen als bedoeld in het derde lid, wordt de woonruimte ook passend geacht voor een gegadigde met een hoger inkomen.
**5..** Burgemeester en wethouders kunnen het in het vierde lid bedoelde inkomen nader vaststellen.
**6..** Voor de bepaling van het inkomen hanteren burgemeester en wethouders de volgende nadere uitvoeringsregels:
bij de bepaling van het rekeninkomen kan gebruik gemaakt worden van het meest recente inkomen van de woningzoekende;
Burgemeester en wethouders kunnen de aanvrager verzoeken een zogenaamd IB-60 formulier met betrekking tot het meest recente kalenderjaar te overleggen, ter verificatie van het opgegeven inkomen;
**7..** Bij de toepassing van het gestelde in het eerste lid hanteren burgemeester en wethouders voor bestaande en nieuwbouwkoopwoningen het inkomen, waarbij het maximale leenbedrag als bedoeld in de Wet bevordering eigenwoningbezit volgens vigerende NHG-normen zelfstandig financierbaar is.
HOOFDSTUK 2 › § 3
Artikel 13
Artikel 13
Onderdeel van Huisvestingsverordening 2015 Gemeente Wassenaar