Naar hoofdinhoud
Het is niet toegestaan een pleziervaartuig te meren of aan te leggen op een wijze die de veiligheid van het verkeer te water belemmert of in gevaar brengt. Hieronder wordt in elk geval verstaan: a. het gebruik van te dunne of in het ongerede geraakte landvasten, b. het op zodanige wijze meren of aanleggen dat de landvasten los kunnen raken, c. het op zodanige wijze meren dat het vaartuig niet vrij ligt van kaden, steigers, palen of andere schepen, d. het vaartuig achterlaten terwijl sprake is van de dreiging van geheel of gedeeltelijk zinken. Van deze dreiging is bijvoorbeeld sprake indien het vaartuig - ongeacht de staat waarin het verkeert - overmatig scheef of diep in het water ligt, e. het niet afgesloten vaartuig zonder toezicht achterlaten, f. het niet afgesloten vaartuig achterlaten terwijl daaraan of daarin geheel of gedeeltelijk gevulde gasflessen aanwezig zijn.

Rechtspraak bij dit artikel