**1..** In deze verordening wordt verstaan onder:
wet: Participatiewet;
IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers;
IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;
belanghebbende: persoon met een uitkering ingevolge de Participatiewet of de IOAW/IOAZ;
uitkering: de toepasselijke bijstandsnorm als bedoeld in artikel 5, onderdeel c, inclusief bijzondere bijstand op grond van artikel 12, van de wet, of voor zover sprake is van een uitkering op grond van de IOAW/IOAZ, de grondslag van de uitkering als bedoeld in artikel 5 van de IOAW/IOAZ;
geüniformeerde verplichtingen: verplichtingen genoemd in artikel 18, lid 4 van de Participatiewet;
benadelingsbedrag: de netto-uitkering die wordt verstrekt ten gevolge van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan;
recidive: als de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarmee een maatregel is toegepast opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging;
bezit: de waarde van de bezittingen waarover de belanghebbende of diens gezin beschikt of redelijkerwijs kan beschikken, met uitzondering van de in de woning of het bijbehorende erf gebonden vermogen bedoeld in artikel 50, eerste lid d, van de Participatiewet.
**2..** Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de wet.
Hoofdstuk 1.
Artikel 1.
Begrippen
Onderdeel van Maatregelverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Enschede 2015