Bij schending van verplichtingen met betrekking tot arbeidsinschakeling bedraagt de maatregel gedurende een maand:
a
het zich niet tijdig laten registreren als werkzoekende bij het UWV dan wel het niet of niet tijdig verlengen van de inschrijving.
10%
b
het niet tijdig voldoen aan een oproep om, in verband met de arbeidsinschakeling, op een aangegeven plaats en tijd te verschijnen. Onder niet tijdig wordt verstaan binnen 24 uur na het tijdstip van de oproep.
20%
c
het niet voldoen aan een oproep om, in verband met de arbeidsinschakeling, op een aangegeven plaats en tijd te verschijnen. Onder niet wordt mede verstaan het wel reageren later dan 24 uur na het verstrijken van de gestelde termijn of het tijdstip van de afspraak.
40%
c1
het niet of in onvoldoende mate nakomen van verplichtingen die ingevolge artikel 55 van de wet zijn opgelegd met betrekking tot ziekteverzuim of het ondergaan van een behandeling van medische aard.
30%
d
het in onvoldoende mate nakomen van verplichtingen die ingevolge artikel 55 van de wet zijn opgelegd met betrekking tot de arbeidsinschakeling.
50%
e
het niet nakomen van verplichtingen die ingevolge artikel 55 van de wet zijn opgelegd met betrekking tot de arbeidsinschakeling.
100%
f
in onvoldoende mate nakomen van verplichtingen met betrekking tot arbeidsinschakeling en scholingsmogelijkheden, tijdens een periode van vier weken na de melding bij het UWV.
50%
g
niet nakomen van verplichtingen met betrekking tot arbeidsinschakeling en scholingsmogelijkheden, tijdens een periode van vier weken na de melding bij het UWV.
100%
h
het in onvoldoende mate nakomen van de verplichting gebruik te maken van de aangeboden voorziening gericht op arbeidsre-integratie voor zover deze niet valt onder de geüniformeerde verplichtingen.
50%
i
het in onvoldoende mate nakomen van de verplichting om mee te werken aan het opstellen, uitvoeren of evalueren van een plan van aanpak.
50%
j
het in onvoldoende mate naar vermogen trachten algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen voor zover deze niet valt onder de geüniformeerde of de ingevolge artikel 55 opgelegde verplichtingen.
50%
k
het niet naar vermogen trachten algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen voor zover deze niet valt onder de geüniformeerde of de ingevolge artikel 55 opgelegde verplichtingen.
100%
l
het uit houding en gedrag ondubbelzinnig laten blijken verplichtingen als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel b, van de wet niet te willen nakomen, wat heeft geleid tot het intrekken van de ontheffing van de arbeidsplicht voor een alleenstaande ouder.
100%
m
gedragingen die de arbeidsinschakeling belemmeren voor zover deze niet vallen onder de geüniformeerde verplichtingen.
100%
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.2
Artikel 9.
Verplichtingen arbeidsinschakeling
Onderdeel van Maatregelverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Enschede 2015