1. In de gevallen waarin de gemeente een vergunning heeft verleend voor het
hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare
dienst bestemde gemeentegrond, is het belastingtijdvak de periode waarvoor
de vergunning is verleend, met dien verstande dat bij een
kalenderjaaroverschrijdende geldigheidsduur van de vergunning het
belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar.
2. In andere dan de in het eerste lid bedoelde gevallen, is het
belastingtijdvak de aaneengesloten periode gedurende welke het belastbaar
feit zich voordoet of heeft voorgedaan.
Artikel 7
Belastingtijdvak
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting 2015