Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Artikel 4

Onderdeel van Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening 2010.

Aanwijzing inzamelmiddelen en voorzieningen Op grond van artikel 4 van de verordening worden de volgende inzamelmiddelen en voorzieningen aangewezen voor: restafval: huisvuilzakken, alsmede de vanwege de gemeente verstrekte minicontainers, laadkistenaalsmede de vanwege de gemeente geplaatste bovengrondse en ondergrondse containers; groente-,fruit- en tuinafval: vanwege de gemeente verstrekte emmers en minicontainers, alsmedevanwege de gemeente geplaatste bovengrondse of ondergrondse containers; kunststofverpakkingen: vanwege de gemeente geplaatste bovengrondse containers; oud papier en karton: de vanwege de gemeente verstrekte minicontainers, benevens de vanwege de gemeente geplaatste bovengrondse en ondergrondse containers; verpakkingsglas: de vanwege de gemeente geplaatste bovengrondse en ondergrondse containers; textiel: de vanwege de gemeente of na aanwijzing door het college door derden geplaatstebovengrondse en ondergrondse containers, benevens zakken, waarop staat aangegeven dat deze voor het aanbieden van textiel zijn bestemd; alle in artikel 3 van de verordening genoemde categorieën huishoudelijke afvalstoffen: de afvalbrengstations, gevestigd aan de Plutostraat, de Vissershavenstraat en De Werf; e.e.a. met dien verstande dat alleen op het afvalbrengstation aan de Plutostraat paardenmest en asbest kan worden achtergelaten.

Rechtspraak bij dit artikel