**1.** In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de
eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in
de dagtekening van het aanslagbiljet vermeld en de tweede twee maanden
later.
**2.** In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen
door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden
afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke
termijnen als er na de maand van de dagtekening van het aanslagbiljet
nog maanden in het kalenderjaar waarin de aanslagen worden opgelegd
overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten minste drie
en ten hoogste acht bedraagt. De eerste termijn vervalt 1 maand na de
dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen
telkens een maand later.
**3.** In afwijking van het tweede lid geldt, dat als de aanslagen over een
voorgaand belastingjaar worden opgelegd, dat de aanslagen worden
afgeschreven in drie gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt 1
maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende
termijnen telkens een maand later.
**4.** De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid
gestelde termijnen.
Artikel 7
Termijnen van betaling
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van een forensenbelasting 2015