Een melding kan door of namens een persoon worden
gedaan:
bij de door het college vastgestelde professionals
uit het lokale dorpsnetwerk, in de buurt waar de
persoon woont;
digitaal via het daarvoor ter beschikking gestelde
digitale loket;
telefonisch via het centrale informatienummer van de
gemeente;
schriftelijk;
via een andere, door het college geopende
mogelijkheid.
De medewerker die de melding in behandeling neemt stelt
vast:
of het een melding in het kader van de wet is;
verwijst, indien dat niet het geval is, de persoon
zo nodig direct door naar waar dezezich wel kan
vervoegen.
De medewerker bevestigt de melding schriftelijk en informeert de
cliënt of degene namenswie de melding is gedaan over de mogelijkheid
om binnen 7 dagen zelf een plan teoverleggen en gebruik te maken van
gratis cliëntondersteuning. De schriftelijke bevestiging van de
melding kan achterwege blijven als door of namens de cliënt wordt
aangegeven op basis van de verstrekte informatie naar aanleiding van
de melding geen behoefte meer te hebben aan een verdere behandeling
van zijn melding
Als de in het derde lid, tweede volzin, genoemde situatie niet van
toepassing is, stelt demedewerker een onderzoek in volgens een door
het college vast te stellen procedure.
Als de situatie van de cliënt bij de medewerker voldoende bekend
is, kan het onderzoek inoverleg met de cliënt worden beperkt tot de
onderdelen die volgens de medewerker en decliënt of zijn
vertegenwoordiger of mantelzorger van belang zijn in relatie tot de
melding.
In spoedeisende gevallen als bedoeld in artikel 2.3.3 van de wet
treft het college na de melding onverwijld een tijdelijke
maatwerkvoorziening in afwachting van de uitkomst van het
onderzoek.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.1
Artikel 2.1.1
Melding en onderzoek
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Hilvarenbeek 2015