In aanvulling op artikel 2.3.1 hanteert het college voor een
maatwerkvoorziening, gericht op het versterken of behoud van de zelfredzaamheid of participatie
de volgende criteria:
de cliënt heeft adequaat, binnen de eigen mogelijkheden,
geanticipeerd op de aanwezige beperkingen of op de
gevolgen van de diverse levensfases waar een ieder mee
te maken krijgt of kan krijgen;
de maatwerkvoorziening is, gezien de beperkingen van de
cliënt, veilig voor hemzelf en zijn omgeving en brengt
geen gezondheidsrisico’s met zich mee;
er is geen sprake is van een verzoek tot vervanging van
een eerder verstrekte voorziening terwijl deze nog in
voldoende mate ondersteuning biedt bij de belemmeringen
van de cliënt en de voorziening nog niet technisch is
afgeschreven;
de melding is gedaan op een zodanig moment, dat een
objectieve beoordeling van de noodzaak voor of de wijze
van ondersteuning kan plaatsvinden;
de cliënt verleent medewerking aan het opstellen en
nakomen van het ondersteuningsplan dat naar het oordeel
van het college noodzakelijk is voor het bereiken van de
resultaatgebieden;
de noodzaak tot het opnieuw verstrekken van een
voorziening valt niet aan de cliënt te verwijten;
de noodzakelijke maatwerkvoorziening leidt tot
meerkosten voor de cliënt ten opzichte van de situatie
waarin een vergelijkbare persoon zonder dergelijke
belemmeringen verkeert.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.4
Artikel 2.4.1
Algemene aanvullende criteria
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Hilvarenbeek 2015