Onverminderd het bepaalde in artikel 1.6 kan de burgemeester de vergunning tijdelijk of vooronbepaalde tijd geheel of gedeeltelijk intrekken of wijzigen indien:
de exploitant of de leidinggevende niet langer voldoet aan de in artikel 2.19 gestelde eisen;
de exploitatie van de openbare inrichting voor een periode van zes maanden is of wordt onderbroken.
HOOFDSTUK 2 › Afdeling 8
Artikel 2.21
Intrekkingsgronden
Onderdeel van ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING MIDDELBURG 2015