Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4 › Afdeling 1

Artikel 4.2

Aanwijzing collectieve festiviteiten

Onderdeel van ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING MIDDELBURG 2015

1.. De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel 4.4 van deze verordening gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen. 2.. De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 3.148, eerste lid, van het Besluit gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen. 3.. In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid, kan het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in één of meer delen van de gemeente. 4.. Het college maakt de aanwijzing ten minste vier weken voor het begin van een nieuw kalenderjaar bekend. 5.. Het college kan wanneer een collectieve festiviteit redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit terstond als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid aanwijzen. 6.. Op de dagen als bedoeld in het eerste lid wordt het ten gehore brengen van extra muziek –hoger dan de geluidsnorm als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel 4.4 van deze verordening – beëindigd op een door het college nader aangegeven tijdstip. 7.. Aanwijzingen van de politie of een daartoe bevoegde toezichthouder moeten stipt en onmiddellijk worden opgevolgd. Het niet opvolgen van aanwijzingen kan leiden tot het onmiddellijk stopzetten van de festiviteit en het (laten) ontruimen van de locatie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel