Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 5 › Afdeling 3

Artikel 5.14

Standplaatsvergunning en weigeringsgronden

Onderdeel van ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING MIDDELBURG 2015

1.. Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben. 2.. Het college weigert de vergunning wegens strijd met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. 3.. Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 kan de vergunning worden geweigerd: indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de openbare plaats, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de openbare plaats of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de openbare plaats; in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerende zaak; indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat voor het verlenen van de vergunning voor een standplaats voor het verkopen van goederen een redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar komt. 4.. Het college kan nadere regels stellen voor vergunningen als bedoeld in het eerste lid. 5.. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel