Bevoegdheden
De hoofdbudgethouder is namens het college van burgemeester en wethouders, onder in achtneming van het gestelde in artikel 4 lid 4 en lid 5, bevoegd tot het aangaan van verplichtingen en het doen van uitgaven:
Tot maximaal de financiële middelen van de exploitatie (kostenplaatsen / kostensoorten), waarover hem een mandaat is verstrekt;
Tot maximaal het bedrag van de door de raad vastgestelde kredieten waarover hem een mandaat is verstrekt.
De budgethouder is namens het directieteam, onder in achtneming van het gestelde in artikel 4 lid 4 en lid 5, bevoegd tot het aangaan van verplichtingen en het doen van uitgaven:
Tot maximaal de financiële middelen van de exploitatie (kostenplaatsen / kostensoorten), waarover hem een mandaat is verstrekt;
Tot maximaal het bedrag van de door de raad vastgestelde kredieten waarover hem een mandaat is verstrekt.
De deelbudgethouder is namens het directieteam, onder in achtneming van het gestelde in artikel 4 lid 4 en lid 5, bevoegd tot het aangaan van verplichtingen en het doen van uitgaven:
Tot maximaal € 25.000,- voor wat betreft de financiële middelen van de exploitatie (kostenplaatsen / kostensoorten), waarover hem een mandaat is verstrekt;
Tot maximaal € 25.000,- voor wat betreft het bedrag van de door de raad vastgestelde kredieten waarover hem een mandaat is verstrekt.
Bij het aangaan van verplichtingen worden de geldende regels met betrekking tot administratieve organisatie, mandaat, interne advisering, treasury, inkoop en aanbestedingen en verordeningen gevolgd.
Verplichtingen en uitgaven worden uitsluitend aangegaan respectievelijk gedaan bij een toereikend budget.
Indien geen budgetten aanwezig zijn of de bestaande budgetten niet toereikend (meer) zijn, kunnen geen verplichtingen worden aangegaan of betalingen worden verricht. Als er van een dergelijke situatie sprake is dan geldt:
De hoofdbudgethouder, budgethouder of deelbudgethouder is bevoegd tot het budgettair neutraal overhevelen van eigen budgetten van kostensoorten binnen dezelfde kostenplaats (= administratieve wijziging).
De hoofdbudgethouder of budgethouder is bevoegd tot het budgettair neutraal overhevelen van eigen budgetten tussen kostenplaatsen binnen eenzelfde programma. De wijziging mag niet leiden tot een verandering van het totaalbudget per programma op lasten- of batenniveau (= administratieve wijziging).
Het overhevelen van budgetten tussen programma’s is een bevoegdheid van de gemeenteraad (= begrotingswijziging).
De hoofdbudgethouder of budgethouder kan, mede op aangeven van de deelbudgethouder en/of afdeling Financiën, voorstellen tot wijziging van de begroting voorleggen aan het college van burgemeester en wethouders. Hiervoor geldt dat alle mogelijkheden van het verschuiven van eigen budgetten binnen eenzelfde programma moeten zijn onderzocht. Alleen nieuwe lasten die onvermijdelijk, onvoorzien en onuitstelbaar zijn kunnen voor een begrotingswijziging worden voorgelegd.
De uitvoeringsverantwoordelijke ondersteunt de budgethouder door het bewaken van een bepaald budget / krediet. De uitvoeringsverantwoordelijke stelt de budgethouder bijtijds op de hoogte van dreigende budgetoverschrijdingen.
De budgetverschuivingen genoemd onder artikel 4 lid 6.1 en artikel 4 lid 6.2 gelden niet voor (investerings)kredieten of voor budgetten ten laste van voorzieningen. De verhoging van (investerings)kredieten valt onder de bevoegdheid van de raad. Voor de wijziging van budgetten ten laste van voorzieningen moet het college toestemming verlenen, mits dit budget binnen eenzelfde jaarschijf valt.