Het college kent een vervoersvoorziening toe over de afstand
tussen de woning dan wel de opstapplaats en de dichtstbijzijnde
voor de leerling toegankelijke school, tenzij vervoer naar een
verder weggelegen school voor de gemeente minder kosten met zich
mee zou brengen en de ouders met het vervoer naar die school
schriftelijk instemmen.
Indien ouders een vervoersvoorziening aanvragen voor het
bezoeken van een school, die op grotere afstand van de woning is
gelegen dan een andere school van dezelfde onderwijssoort,
ontstaat slechts aanspraak op een vervoersvoorziening naar
eerstgenoemde school als door de ouders schriftelijk wordt
verklaard dat zij overwegende bezwaren hebben tegen het openbaar
onderwijs dan wel tegen de richting van het onderwijs van alle
bijzondere scholen, van de soort waarop de leerling is
aangewezen, die dichterbij de woning zijn gelegen.
Het college betrekt bij de beoordeling van de aanvraag van een
vervoersvoorziening het ondersteuningsplan, zoals dat is
vastgesteld door het samenwerkingsverband na overleg met het
college.
Artikel 3.
Vervoersvoorziening naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school
Onderdeel van Verordening leerlingenvervoer (5.1b)