**1..** In de vergadering worden de leden gedurende maximaal een half uur in de gelegenheid gesteld vragen te stellen waarvan de beantwoording urgent is, of het onderwerp actueel is of van politiek belang.
**2..** Het lid van de raad dat tijdens het vragenuur vragen wil stellen, dient deze schriftelijk ten minste 36 uur voor aanvang van het vragenuur bij de voorzitter in. De voorzitter kan na overleg met het presidium weigeren een onderwerp tijdens het vragenuur aan de orde te stellen indien hij het onderwerp niet voldoende nauwkeurig acht aangegeven of indien het onderwerp in de raadsvergadering op diezelfde dag aan de orde komt.
**3..** De voorzitter bepaalt de volgorde, waarin aangemelde onderwerpen tijdens het vragenuur aan de orde worden gesteld.
**4..** De voorzitter bepaalt per onderwerp de spreektijd voor de vragensteller, voor het verantwoordelijk lid van het college en voor de overige leden van de raad.
**5..** Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen aan het verantwoordelijk lid van het college te stellen en een toelichting daarop te geven.
**6..** Na de beantwoording door het verantwoordelijk lid van het college krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen.
**7..** Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden van de raad het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college vragen te stellen over hetzelfde onderwerp.
**8..** Tijdens het vragenuur kunnen geen moties worden ingediend en worden geen interrupties toegelaten.
Hoofdstuk 4.
Artikel 40.
Vragenuur
Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad