Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3.

Artikel 3.1

De sociaal / medisch levensbedreigende of levensontwrichtende woonsituatie

Onderdeel van Uitvoeringsregels voorrangsbepaling gemeente Wassenaar 2015

Hiervan is sprake indien de woonsituatie op medische en/of sociale gronden levensbedreigend of levensontwrichtend is. De definitie in de verordening (art. 31, eerste lid, onder b) is als volgt: ' een woonsituatie [die] naar het oordeel van burgemeester en wethouders door sociale en/of medische omstandigheden zodanig is verstoord dat levensgevaar voor één of meer leden van het huishouden dreigt dan wel dat één of meer leden van het huishouden zodanig geestelijk, emotioneel en/of lichamelijk belast is, dat volledige ontwrichting uit het geheel waar betrokkene deel van uitmaakt, optreedt en zelf niet in staat is dit op te lossen'. De aanvrager van de voorrangsverklaring dient aan te tonen dat de sociale en/of medische problemen direct samenhangen met de huidige woonsituatie en dat hij er alles aan heeft gedaan om de situatie te voorkomen of te verbeteren. Wijziging in de woonsituatie moet een essentiële oplossing voor de problematiek/noodsituatie zijn. Van levensbedreiging of levensontwrichting is sprake wanneer de aanvrager (of een van de leden van zijn huishouden), in samenhang met ernstige woonproblemen, niet meer in staat is zelfstandig te functioneren in gezin (of als alleenstaande) en/of werk. Het niet zelfstandig functioneren zal kunnen blijken uit het feit dat aanvrager de regie van zijn dagelijks leven niet meer (alleen) kan bepalen. Aanwijzingen kunnen tevens zijn de aard en mate van hulp die hij van derden (deskundigen) nodig heeft en/of bijvoorbeeld de noodzaak bepaalde medicijnen te gebruiken. De rapporteur zal dergelijke aanwijzingen/meetpunten duidelijk onder woorden moeten brengen. Steeds zal daarbij een weging moeten plaatsvinden op grond van het draaglast/draagkracht-principe. Tot de levensbedreigende of levensontwrichtende woonsituatie worden o.a. gerekend: het (noodgedwongen) verblijf in de noodopvang; relatiebeëindiging waarbij minderjarige kinderen in het geding zijn Steeds zal er sprake zijn van een individuele beoordeling van de woonomstandigheden (bijvoorbeeld een nijpende inwoonsituatie of het zelfstandig maar te klein wonen) en het onvermogen om zonder voorrangspositie binnen drie maanden zelfstandig andere woonruimte te kunnen vinden. Ad a De noodopvangkandidaat: Dit is degene die verblijft in een van gemeentewege erkend (te)huis voor noodopvang. Het gaat daarbij om het huishouden dat op grond van registratie in de Gemeentelijke Basisadministratie, langer dan drie maanden in de noodopvang verblijft; De aanmelding van deze kandidaten vindt plaats door de door burgemeester en wethouders bevoegd verklaarde instantie(s). Ad b Relatiebeëindiging met minderjarige kinderen (co-ouderschap) Met co-ouderschap wordt een regeling aangeduid tussen de ouders over de zorg voor de kinderen. Deze regeling moet blijken uit een echtscheidingsconvenant c.q. een rechterlijke uitspraak. Een voorrangsverklaring op deze grond kan alleen toegekend worden aan één ouder bij wie de minderjarige kinderen het hoofdverblijf hebben. Dat beide partijen co-ouderschap overeenkomen, maar dit voorlopig nog niet kunnen uitvoeren wegens onvoldoende woonruimte, behoort tot de eigen verantwoordelijkheid van beide partijen en is geen grond voor het verlenen van een voorrangsverklaring. In het geval dat één van beide ouders in de huidige woning kan blijven wonen, wordt in geval van co-ouderschap geen voorrangsverklaring verleend aan de andere ouder. In het geval dat beide ouders noodgedwongen de huidige woonruimte moeten verlaten, zal slechts aan één van beide een voorrangsverklaring kunnen worden verstrekt om te voorkomen dat kinderen dakloos worden of in een woonsituatie terecht komen waarbij zij als leden van het huishouden dusdanig geestelijk en emotioneel worden belast dat ontwrichting uit het geheel dreigt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel