Naar hoofdinhoud

Artikel 11a

Hoor en wederhoor

Onderdeel van Verordening Rekenkamercommissie Sint-Michielsgestel

1.. Bij de uitvoering van haar onderzoek draagt de commissie zorg voor de toepassing van het beginsel van hoor en wederhoor ten aanzien van degenen en of de organisatieonderdelen die onderwerp van onderzoek zijn. 2.. Alvorens het rapport toe te zenden aan het college van burgemeester en wethouders met het verzoek om zienswijzen, legt de commissie, in het kader van ambtelijk hoor en wederhoor, het conceptrapport voor aan betrokkenen en belanghebbenden ter toetsing op volledigheid en juistheid van de feiten met het verzoek om binnen uiterlijk drie weken hun reactie aan de commissie kenbaar te maken. Hierop bekijkt de commissie of deze reactie aanleiding geeft tot het eventueel aanvullen of aanpassen van de bevindingen in het concept-rapport. Het eventueel aangepaste concept-rapport wordt definitief vastgesteld door de commissie. 3.. In het kader van bestuurlijk hoor en wederhoor zal het onderzoeksrapport vervolgens worden toegezonden aan het college van burgemeester en wethouders met het verzoek om binnen een termijn van 3 weken zijn zienswijze op de conclusies en aanbevelingen kenbaar te maken. 4.. Na ontvangst van de zienswijze op het vastgestelde onderzoeksrapport worden door de commissie het definitieve onderzoeksrapport en de nota met conclusies en aanbevelingen en de zienswijze van het college en betrokkenen op het rapport zo spoedig mogelijk, onder toezending van een afschrift aan het college en betrokkenen, aan de raad aangeboden. 5.. De raad kan de voorzitter of een of meerdere leden van de rekenkamercommissie in de gelegenheid stellen om in de vergadering van de raad haar onderzoeksbevindingen als bedoeld in artikel 185 Gemeentewet toe te lichten.

Rechtspraak bij dit artikel