1.De belasting wordt geheven van de gebruiker van een perceel van
waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt
afgevoerd.
Met betrekking tot het gebruik, wordt als gebruiker aangemerkt:
degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel al dan
niet krachtens eigendom,
bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt;
ingeval een gedeelte van een perceel – niet een gedeelte als
bedoeld in artikel 4 – voor gebruik
is afgestaan: degene die dat gedeelte voor gebruik heeft
afgestaan.