**1..** De hoogte van de tegemoetkomingen zijn gebaseerd op de bedragen van het Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning 2014 Wassenaar (verder: Uitvoeringsbesluit 2014 Wassenaar).
**2..** De hoogte van de tegemoetkoming voor:
de kosten van verhuizing en inrichting bedragen, onder verwijzing naar het Uitvoeringsbesluit 2014 Wassenaar, € 1.975,-indien het een belanghebbende betreft die op advies van het college naar een geschikte woning verhuist;
tijdelijke huisvesting; indien de tijdelijke huisvesting zelfstandige woonruimte betreft ofwel de te verlaten woonruimte langer moet worden aangehouden, € 718,79 per maand gedurende 6 maanden;
tijdelijke huisvesting; indien de tijdelijke huisvesting niet-zelfstandige woonruimte betreft, € 360,70 per maand gedurende 6 maanden
De financiële tegemoetkoming in de kosten van woningsanering wordt gebaseerd op de daarvoor geldende NIBUD normen. Definitieve vaststelling vindt plaats aan de hand van overlegde rekeningen. De definitief toegekende financiële tegemoetkoming bedraagt niet meer dan de genoemde NIBUD normen.
Uitbetaling vindt plaats aan de persoon aan wie de tegemoetkoming is toegekend na de verhuizing als bedoeld onder a, b en c.
**3..** De hoogte van de tegemoetkoming voor deelname aan het maatschappelijk verkeer wordt vastgesteld op basis van:
de door het College vastgestelde vervoersbehoefte voor deelname aan het maatschappelijk verkeer waaronder begrepen andere vervoersvoorzieningen waaronder de aanvrager beschikt of kan beschikken. De hoogte van de tegemoetkoming wordt op deze omstandigheden afgestemd;
de samenvallende vervoersbehoeften van echtgenoten of daarmee gelijkgestelden.
**4..** Onverminderd het bepaalde in het vorige lid bedraagt de hoogte van de tegemoetkoming voor deelname aan het maatschappelijk verkeer:
het gebruik van een eigen auto bedraagt maximaal € 700,00 per jaar.
De hoogte van de tegemoetkoming wordt, conform het Uitvoeringsbesluit 2014 Wassenaar, gebaseerd op de vastgestelde noodzakelijke verplaatsingen binnen de leefomgeving en wordt jaarlijks in gelijke termijnen betaalbaar gesteld aan de aanvrager op basis van declaratie;
het gebruik van een taxi bedraagt maximaal € 700,00 per jaar. De hoogte van de tegemoetkoming wordt gebaseerd op de vastgestelde noodzakelijke verplaatsingen binnen de leefomgeving en wordt jaarlijks in gelijke termijnen betaalbaar gesteld aan de aanvrager op basis van declaratie;
het gebruik van een rolstoeltaxi bedraagt maximaal € 1.700,00 per jaar. De hoogte van de tegemoetkoming wordt jaarlijks in gelijke termijnen betaalbaar gesteld aan de aanvrager op basis van declaratie;
het gebruik van een al dan niet aangepaste bruikleenauto maximaal op € 350,- op jaarbasis, uitgaande van een bedrag van € 0,14 per kilometer;
de aanschaf van een sportvoorziening bedraagt maximaal € 2.820,00 voor een periode van minimaal drie jaar. Uitbetaling vindt plaats aan de aanvrager op basis van een door het College akkoord bevonden offerte of factuur.
**5..** Als de tegemoetkoming als bedoeld in het eerste lid samenloopt met een voorziening in de vorm van een scootmobiel geldt in afwijking van het bedrag in dat lid het volgende maximale bedrag:
bij toepassing van het eerste lid, onder a en b, een normbedrag van € 544;
bij toepassing van het eerste lid, onder c, een normbedrag van € 980;
bij toepassing van het eerste lid, onder d, een normbedrag van € 250.
**7..** Het College kan de hoogte van de tegemoetkoming in het vorige lid onder a, b of c afstemmen op de samenvallende vervoersbehoefte van de echtgenoten of daarmee gelijkgestelden.
**8..** Vallen de vervoersbehoeften als bedoeld in het vorige lid samen, dan verstrekt het College slechts een keer een bedrag bedoeld in het vierde lid onder a, b of c.
**9..** Vallen de vervoersbehoeften als bedoeld in het vorige lid niet of slechts ten dele samen, dan kan aan elke bedoelde persoon een tegemoetkoming worden verstrekt welke tezamen niet meer bedragen dan 1,5 maal het bedrag bedoeld in het vierde lid onder a, b, c of d.
**10..** De hoogte van de tegemoetkoming als bedoeld artikel 12.1 tweede lid van de verordening en artikel 5.1 tweede lid van dit Besluit bedraagt:
(i) € 200,-- per kalenderjaar voor een alleenstaande met een bruto jaarinkomen tot € 24.000,-- als hij in dat jaar het volledig verplicht eigen risico heeft betaald voor de zorgkostenverzekering en de voor hem geldende maximale bijdrage voor een maatwerkvoorziening aan het CAK betaald; hierbij wordt het bruto jaarinkomen gehanteerd zoals vermeld op het op het betreffende jaar betrekking hebbende IB-60 formulier;
(ii) € 200,-- per kalenderjaar per persoon van een meerpersoonshuishouden met een bruto gezinsinkomen tot € 34.000,-- als in dat jaar het volledige verplicht eigen risico is betaald voor de zorgkostenverzekering en de voor hem geldende maximale bijdrage voor een maatwerkvoorziening aan het CAK betaald; hierbij wordt het bruto jaarinkomen gehanteerd zoals vermeld op het op het betreffende jaar betrekking hebbende IB-60 formulier.
**11..** De aanvraag om een tegemoetkoming als bedoeld in het tweede lid kan worden ingediend in het laatste kwartaal tot uiterlijk drie maanden na afloop van het kalenderjaar waarop de kosten betrekking hebben.
HOOFDSTUK 5
Artikel 5.2
Hoogte en uitbetaling tegemoetkoming meerkosten
Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Wassenaar 2015