Naar hoofdinhoud
De voorrangsverklaring kan slechts worden verleend als de belanghebbende: een economische of maatschappelijke binding heeft met de gemeente of één van de volgende gemeenten: Delft, Den Haag, Leidschendam-Voorburg, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk, Wassenaar en Zoetermeer óf ingezetene van de gemeente of één van de volgende gemeenten: Delft, Den Haag, Leidschendam-Voorburg, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk, Wassenaar en Zoetermeer, is, óf in de positie verkeert als bedoeld in art. 13c van de Huisvestingswet waardoor geen bindingseisen gelden. Het NIET voldoen aan de bindingseisen sluit toekenning van de voorrangsverklaring - met toepassing van de hardheidsclausule - niet uit. ad. a. Van een economische binding is sprake als de aanvrager voor de voorziening in zijn bestaan afhankelijk is van het duurzaam verrichten van betaald arbeid/werk (in loondienst of als zelfstandige) of duurzaam studerende is in de gemeente of één van de volgende gemeenten: Delft, Den Haag, Leidschendam-Voorburg, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk, Wassenaar en Zoetermeer. Van het duurzaam verrichten van arbeid (incl. op basis van een regeling in het kader van werkgelegenheidsprojecten) is sprake indien de aanvrager op basis van een arbeidsovereenkomst met een minimum van 16 arbeidsuren per week ten minste 50% van zijn inkomen verwerft binnen of vanuit de regio. Een maatschappelijke binding is aanwezig als de aanvrager een redelijk met de plaatselijke samenleving verband houdend belang heeft om zich in de gemeente of één van de volgende gemeenten: Delft, Den Haag, Leidschendam-Voorburg, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk, Wassenaar en Zoetermeer te vestigen. Een maatschappelijke binding is altijd (Huisvestingswet: 'in elk geval') aanwezig als de aanvrager gedurende de afgelopen 10 jaren ten minste zes jaar onafgebroken ingezetene van de gemeente of één van de volgende gemeenten: Delft, Den Haag, Leidschendam-Voorburg, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk, Wassenaar en Zoetermeer is geweest. ad. b. Van ingezetenschap is sprake als de aanvrager gedurende de termijn van minimaal één jaar opgenomen is in de basisadministratie in één of achtereenvolgend meer van de volgende gemeenten: Delft, Den Haag, Leidschendam-Voorburg, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk, Wassenaar Westland en Zoetermeer en feitelijk in één van deze gemeenten hoofdverblijf heeft in een voor permanente bewoning aangewezen woonruimte. ad. c. Art. 13c van de Huisvestingswet Bindingseisen mogen niet worden gesteld aan de volgende categorieën: Degenen waarvan 'redelijkerwijs' niet of niet meer verwacht kan worden dat zij door het duurzaam verrichten van arbeid in hun bestaan voorzien, zoals: gepensioneerden, ernstig invaliden en langdurig werklozen; Remigranten (Nederlanders in den vreemde die terugkeren naar Nederland); Verblijfsgerechtigden die op grond van de Vreemdelingenwet 2000 zijn toegelaten dan wel degenen die om klemmende humanitaire redenen zijn toegelaten dan wel anderen die in het bezit zijn van een verblijfsvergunning (als bedoeld in de wet) indien zij vanwege die omstandigheid woonruimte nodig hebben[m.a.w.: degene die als vluchteling / vreemdeling inmiddels in het land zelfstandige woonruimte heeft verkregen, geldt niet (meer) als de vluchteling / vreemdeling zoals hierboven genoemd], inclusief vluchtelingen zonder verblijfsvergunning maar die van rijkswege benoemd zijn tot het in aanmerking komen voor een huisvestingsvergunning; Gescheidenen (evt. van tafel en bed) die in verband daarmee dringend woonruimte behoeven; Degenen die een scheidingsprocedure aanhangig hebben gemaakt én een voorlopige voorziening hebben verkregen en in verband daarmee dringend woonruimte behoeven. Een gezamenlijk huishouden dat gevoerd wordt tussen (ongehuwde) personen aan de hand van een samenlevingscontract of partnerregistratie, wordt gelijkgesteld aan een huwelijk. Ook deze categorie valt daarmee in de categorie ‘geschedenne’. Noodopvang en vrouwenopvang Er worden geen bindingseisen gesteld aan woningzoekenden die in een erkend adres voor noodopvang of vrouwenopvang in de gemeente of één van de volgende gemeenten: Delft, Den Haag, Leidschendam-Voorburg, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk, Wassenaar en Zoetermeer verblijven. Hardheid Indien de aanvrager niet voldoet aan de bindingseisen dan zal onderzoek op basis van de aangeleverde gegevens gedaan moeten worden naar de aard en mate van de woonproblemen en de binding aan de gemeente of één van de volgende gemeenten: Delft, Den Haag, Leidschendam-Voorburg, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk, Wassenaar en Zoetermeer , om in het advies van de Toetsingscommissie te kunnen vaststellen dat de toepassing van de bepalingen in de regionale Huisvestingsverordening niet leidt tot een bijzondere 'hardheid' voor de aanvrager.

Rechtspraak bij dit artikel