De verlenging van de voorrangspositie dient aangevraagd te worden binnen twee weken nadat de oude is verlopen. De verlenging wordt aangevraagd en ingenomen door een intaker van een van de corporaties of van de gemeente. De aanvrager ontvangt een van datum voorzien afschrift van zijn aanvraag als bewijs van indiening.
De woningzoekende moet aantonen dat de voorrangspositie niet binnen de gestelde termijn kon worden benut.
De aanvrager van de verlenging verklaart/geeft aan dat in de gemeente of één van de volgende gemeenten: Delft, Den Haag, Leidschendam-Voorburg, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk, Wassenaar en Zoetermeer voor hem geen passend woningaanbod is geadverteerd in de periode dat hij een voorrangspositie had.
Wanneer de aanvrager (in het geheel) niet gereageerd heeft op het in de voorrangsperiode beschikbaar gekomen passende woningaanbod zonder dat er sprake is van overmacht in juridische zin, dan zal de voorrangspositie niet worden verlengd.
Bij de beoordeling van de verlenging wordt een analyse gedaan, waarbij rekening gehouden wordt met het volgende:
zoekprofiel
(eventueel) bereikbaarheidsadvies
voorrangsperiode
huishoudensamenstelling en -grootte
huishoudinkomen
Gebruik dient gemaakt te worden van het 'Formulier aanvraag verlenging voorrangsverklaring'. Dit is als bijlage 3 toegevoegd.
Wordt de verlenging op een later moment aangevraagd dan zal dit beschouwd worden als een nieuwe aanvraag. In dat geval dienen procedure en formulieren als bij een eerste aanvraag gevolgd en gebruikt te worden.
Ter voorbereiding op het door de Toetsingscommissie uit te brengen advies analyseert de intaker de reacties van de aanvrager op het beschikbaar gekomen en - de in het kader van het aanbodmodel - geadverteerde aanbod van woningen in al de genoemde gemeenten. De intaker gaat in op de motivering van de aanvrager van de verlenging en brengt vervolgens advies uit. Advies wordt gevraagd van de intaker omdat van hem/haar voldoende kennis van de woningmarkt verwacht wordt om daarover een oordeel te geven.
Op grond van de Huisvestingsverordening moet de aanvrager van de verlenging aantonen dat in de genoemde gemeenten voor hem geen passend woningaanbod is geadverteerd in de periode dat hij een voorrangspositie had. Ook is het mogelijk dat er wél passend aanbod is geadverteerd, maar dat de aanvrager van de verlenging, na het reageren, het de betreffende woonruimte niet aangeboden heeft gekregen.
Wanneer de aanvrager (in het geheel) niet heeft gereageerd op het in de voorrangsperiode beschikbaar gekomen passende woningaanbod en daarvoor geen juridisch houdbaar excuus heeft (bijvoorbeeld ernstige ziekte of ongeval) dan zal de voorrangspositie niet worden verlengd.
Positief en negatief advies betreffende de verlenging van de voorrangspositie worden voor advies voorgelegd aan de Toetsingscommissie. De voorbereiding is in handen van de sociaal/medisch rapporteurs.
Aan een negatief advies ligt een deugdelijke sociale en of medische motivering ten grondslag.
Wijziging zoekprofiel
Ook wanneer het noodzakelijk lijkt het zoekprofiel te wijzigen wordt de aanvraag voor advies voorgelegd aan de Toetsingscommissie.
HOOFDSTUK 5.
Artikel 5.2