Een bestemmingsplan kan voorzien in een wijzigingsbevoegdheid waarin aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid wordt toegekend om, met inachtneming van bij het plan te stellen voorwaarden, toe te staan dat een agrarisch bouwperceel wordt toegekend aan een nieuw of te hervestigen agrarisch bedrijf (niet zijnde intensieve veehouderij) tot een oppervlakte van maximaal 2 hectare. Er kan uitsluitend gebruik worden gemaakt van deze bevoegdheid indien:
het nieuwe agrarische bouwperceel ten dienste staat aan een bedrijf dat verplaatst wordt uit de ecologische hoofdstructuur in de provincie Groningen, dan wel uitplaatsing uit het bebouwingslint van Midwolda in verband met de aanleg van een vaarverbinding, of;
Gedeputeerde Staten hebben vastgesteld dat het nieuwe agrarische bouwperceel ten dienste staat aan een bedrijf dat verplaatst wordt omdat de bestaande bedrijfsvoering met de wettelijke milieuhygiënische normen conflicteert, of;
een actuele stads- of dorpsuitbreiding, dan wel de aanleg van infrastructuur binnen de provincie Groningen continuering van de bedrijfsvoering in de weg staat, of;
nieuwvestiging voortvloeit uit een door Gedeputeerde Staten vastgestelde taakstelling tot inplaatsing van agrarische bedrijven.
Hoofdstuk
Artikel 2