Deze verordening verstaat onder:
begraafplaatsen: de begraafplaatsen te Coevorden, Dalen, Dalerpeel, Geesbrug,
Oosterhesselen, Schoonoord, Sleen en Zweeloo;
eigen graf: een graf, grafkelder daaronder begrepen, waarvoor aan een
natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:
1º het doen begraven en begraven houden van één lijk;
2º het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;
3º het doen verstrooien van as;
eigen urnengraf: een graf, grafkelder daaronder begrepen, waarvoor aan een
natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:
1º het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen;
2º het doen verstrooien van as;
eigen urnennis: een nis waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het
uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet
houden van asbussen met of zonder urnen;
urn: een voorwerp ter berging van één of meer asbussen;
asbus: een bus ter berging van as van een overledene;
verstrooiingsplaats: een plaats waarop as wordt verstrooid;
grafbedekking: gedenkteken en/of grafbeplanting op een graf, een
verstrooiingsplaats of gedenkplaats;
gedenkplaats: een plaats ingericht om overledenen te gedenken;
beheerder: de ambtenaar die belast is met de dagelijkse leiding van de
begraafplaatsen of degene die hem vervangt;
rechthebbende: de rechthebbende op een eigen graf.
HOOFDSTUK I
Artikel 1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen Coevorden 1999