Soms kan een ondersteuningsvraag worden opgelost met een algemene of een algemeen gebruikelijke voorziening. Deze gaan voor op maatwerkvoorzieningen. De regel is: algemeen gaat voor op individuele maatwerkvoorzieningen (Verordening Wmo art.8).
Het college moet wel onderzoeken of de gevraagde voorziening ook voor de persoon van de aanvrager, gezien diens specifieke behoeften en persoonskenmerken, als algemeen gebruikelijk kan worden beschouwd. Indien een algemeen gebruikelijke voorziening met aanpassingen een adequate oplossing biedt voor een probleem, komen alleen de betreffende aanpassingen in aanmerking voor vergoeding.
Algemeen gebruikelijke voorzieningen zijn doorgaans geen welzijns- of gesubsidieerde voorzieningen, maar goederen en diensten die in de handel verkrijgbaar zijn. In de Wmo worden de volgende richtlijnen gehanteerd voor het begrip algemeen gebruikelijk:
de voorziening is niet alleen voor iemand met een beperking bedoeld;
de voorziening is voor iedereen gewoon te koop bij bedrijven of winkels;
de voorziening is in prijs vergelijkbaar met soortgelijke producten;
de voorziening kan voor personen zonder beperkingen in een financieel vergelijkbare positie tot een normaal aanschaffingspatroon gerekend worden.
De Wmo gaat ervan uit dat de aanschaf van deze voorzieningen onderdeel is van het normale uitgavenpatroon. Bij de beoordeling van de aanvraag wordt nadrukkelijk gekeken naar de individuele situatie van de hulpvrager.
Hoofdstuk 1.
Artikel 1.2.3
Algemeen gebruikelijke voorziening
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Westland 2015