Deelnemen aan het maatschappelijk verkeer c.q. sociale verbanden aangaan, brengt met zich mee dat men zich met een vervoermiddel moet kunnen verplaatsen in de omgeving. Wmo-vervoer omvat vervoer naar recreatieve, maatschappelijke en religieuze activiteiten evenals sportbeoefening. Vervoer speelt hierbij een belangrijke rol. Wanneer een cliënt een probleem ervaart op het gebied van zelfredzaamheid en participatie in relatie tot het vervoer kan daarvoor gezocht worden naar een oplossing. Er wordt onderzocht in hoeverre men zelf in de vervoersbehoefte kan voorzien hulp kan inschakelen van het eigen netwerk, gebruik kan maken van een algemene voorziening zoals bijvoorbeeld de regiotaxi.
In heel uitzonderlijke situaties zal een individuele maatwerkvoorziening verstrekt kunnen worden als vergoeding in de meerkosten.
Om beperkingen in het vervoer inzichtelijk te maken onderscheidt de gemeente 3 soorten afstanden:
de korte afstanden; loop- en fietsafstand in de directe omgeving van de woning;
de middellange afstanden; dat zijn de afstanden die een persoon zonder beperkingen per fiets, brommer, auto of openbaar vervoer (OV) aflegt binnen de regio;
de lange afstanden; naar bestemmingen buiten de regio.
In het gesprek tussen de gemeente en de cliënt zal overlegd worden over welke afstanden de beperkingen ondervonden worden en hoe deze het beste zijn is op te lossen.
De afstanden in 2 en 3 kan worden uitgelegd als het lokaal verplaatsen.
De Wmo heeft als uitgangspunt bij de soorten afstanden 2 en 3 dat de cliënt de mogelijkheid moet hebben om zich te kunnen verplaatsen binnen de directe woon en leefomgeving met een maximale afstand van 1500 km per jaar.
Het lokaal verplaatsen per vervoermiddel vindt plaats binnen de eigen woonplaats en het direct daaromheen gelegen gebied.
Die verplaatsingen moeten passen in het kader van het leven van alledag. De vervoersregeling vanuit de Wmo – niet zijnde begeleiding - heeft alleen een sociaal- recreatief doel en is niet bedoeld om te reizen naar bijvoorbeeld een sociale werkplaats, verplaatsingen in het kader van een betaalde baan of dagbesteding in relatie tot de functie begeleiding wordt meegenomen in de indicatie van begeleiding. Zie paragraaf 7.4.
Leerlingenvervoer is geregeld in de gelijknamige verordening.
Alle bovenregionale vervoersdoelen vallen buiten de reikwijdte van de Wmo. Daarvoor wordt door het Ministerie van VWS Valys beschikbaar gesteld. Valys is aanvullend op de door de Wmo te op te lossen beperking en valt buiten de verantwoordelijkheid van het college van burgemeester en wethouders.
Hoofdstuk 6.
Artikel 6.2.1
Doel van de vervoersvoorziening
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Westland 2015