De inzet van de maatwerkvoorziening begeleiding is gericht op het zo zelfredzaam mogelijk kunnen (blijven) meedoen van cliënten op het moment dat dit (even) niet geheel zelfstandig lukt en/of het sociale netwerk en/of algemene voorzieningen dit niet (volledig) kunnen bereiken (Verordening Wmo art.8 en 13). De maatwerkvoorziening begeleiding is nadrukkelijk gericht op het versterken dan wel behoud van de zelfredzaamheid en mogelijkheden om mee te doen in de samenleving.
De gemeente is verantwoordelijk voor het verstrekken van de maatwerkvoorzieningen waaronder de volgende functies:
begeleiding individueel;
begeleiding groep (dagbesteding);
kortdurend verblijf;
persoonlijke verzorging (= de vormen van verzorging verwant aan ‘begeleiding’, niet de lichamelijke verzorging);
beschermd wonen;
hulp bij het huishouden.
Daarnaast voert de gemeente maatwerkvoorzieningen uit die meer in de materiële sfeer liggen zoals in hoofdstuk 6 worden benoemd.
Al naar gelang de problematiek en de persoonlijke omstandigheden van de cliënt indiceert de Wmo-professional een bepaald volume in uren of aantal dagdelen.
Hoofdstuk 7.
Artikel 7.1
Resultaten van de maatwerkvoorziening begeleiding
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Westland 2015