Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7.

Artikel 7.5

Kortdurend verblijf (logeren)

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Westland 2015

Bij kortdurend verblijf woont een cliënt thuis maar logeert hij kort, maximaal 3 etmalen per week, in bijvoorbeeld een Wlz-instelling zoals een verpleeghuis of logeerhuis. Om deze zorg te krijgen heeft hij een beschikking tot verstrekken van een maatwerkvoorziening nodig. Kortdurend verblijf kan worden ingezet als het noodzakelijk is de persoon te ontlasten die normaal gesproken (mantel)zorg aan de cliënt levert. Daarnaast moet de cliënt zijn aangewezen op zorg met permanent toezicht. Het toezicht kan gericht zijn op: het bieden van fysieke zorg zodat tijdig kan worden ingegrepen bij bijvoorbeeld valgevaar, of complicaties bij een ziekte; het verlenen van zorg op frequente en/of ongeregelde tijden, omdat de cliënt zelf niet (meer) in staat is om hulp in te roepen; het preventief ingrijpen bij gedragsproblemen (voorkomen van escalatie en gevaar). In de locatie waar de cliënt kortdurend verblijft wordt de dagelijkse zorg overgenomen. Wanneer verpleging nodig is moet hiervoor apart een indicatie worden afgegeven op grond van de Wlz en komt het ten laste van de zorgverzekeringswet.. Behandeling behoort nadrukkelijk niet bij kortdurend verblijf. De cliënt is zelf verantwoordelijk voor vervoer van en naar de instelling voor kortdurend verblijf. Hij kan hiervoor gebruik maken van eigen vervoer of van hulp uit het eigen netwerk. Wanneer de cliënt beperkingen heeft op het gebied van vervoer zal hij doorgaans in het bezit zijn van een pasje voor de regiotaxi kunnen krijgen, waarmee hij zich naar de instelling kan vervoeren. Kortdurend verblijf kent anders dan school of dagbesteding geen exacte starttijden zodat gebruik van een collectief vervoerssysteem als de regiotaxi (eventueel met begeleider) een geschikte oplossing biedt. Als meer dan 3 etmalen per week zorg nodig is in een instelling is er sprake van opname waarvoor een indicatie op grond van Wlz moet worden gesteld. Het is denkbaar dat hierop in specifieke situaties een uitzondering kan worden gemaakt om bijvoorbeeld verblijf van een week, zodat mantelzorg op vakantie kan, mogelijk te maken. Dan moet wel vaststaan dat andere oplossingen, zoals bijvoorbeeld een respijtzorg vergoeding door de ziektekostenverzekeraar geen optie zijn.

Rechtspraak bij dit artikel