In deze verordening wordt verstaan onder:
aanvraag: verzoek om het bekostigen van een voorziening;
aanvrager: het bevoegd gezag dat een aanvraag indient;
advies Onderwijsraad: advies van de Onderwijsraad als bedoeld in artikel 95, negende lid, van de Wet op het primair onderwijs, of artikel 6.5., achtste lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
bevoegd gezag: bevoegd gezag van een volgens de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra of de Wet voortgezet onderwijs 2020 bekostigde openbare of bijzondere school die geheel of gedeeltelijk gehuisvest is in een gebouw dat zich bevindt op het grondgebied van de gemeente;
lokaal bewegingsonderwijs: ruimte die geschikt is voor het bewegingsonderwijs;
minister: minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
nevenvestiging: deel van een school dat door de minister op grond van artikel 85 van de Wet op het primair onderwijs, de artikelen 76a of 76b van de Wet op de expertisecentra of artikel 4.2a. van de Wet voortgezet onderwijs 2020 voor bekostiging in aanmerking is gebracht;
overzicht: overzicht als bedoeld in artikel 96 Wet op het primair onderwijs, artikel 94 Wet op de expertisecentra en artikel 6.6. van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
permanent gebouw: ruimte die door de keuze van het ontwerp en de aard van de constructie en
materialen ten minste 60 jaar als volwaardige huisvesting voor het onderwijs kan functioneren;
programma: programma als bedoeld in artikel 95 Wet op het primair onderwijs, artikel 93
Wet op de expertisecentra en artikel 6.5. van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
school:
school voor basisonderwijs: basisschool of speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs;
school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs: school voor speciaal onderwijs, school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, of school voor voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra, een instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 8 van de Wet op de expertisecentra en een school voor voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra;
school voor voortgezet onderwijs: school of scholengemeenschap voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, voor hoger en middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, voor voorbereidend beroepsonderwijs en voor praktijkonderwijs als bedoeld in de artikelen 1.1., 1.4. en 2.1. van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
tijdelijk gebouw: al dan niet verplaatsbare ruimte die door de keuze van het ontwerp en de aard van de constructie en materialen minstens 15 jaar als volwaardige huisvesting voor het onderwijs kan functioneren;
tijdelijke nevenvestiging: een tijdelijke nevenvestiging als bedoeld in artikel 4.16. van de Wet voortgezet onderwijs 2020.
verhuur: gebruik van een onderwijsgebouw door derden, niet zijnde onderwijsgebruik of gebruik
voor culturele, maatschappelijke of recreatieve doeleinden;
voor blijvend gebruik bestemde voorziening: voorziening die volgens de uitkomst van de
prognose als bedoeld in bijlage II van deze verordening minimaal 15 jaar noodzakelijk is;
voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening: voorziening die volgens de uitkomst van de
prognose als bedoeld in bijlage II van deze verordening maximaal 15 jaar noodzakelijk is;
voorziening: voorzieningen in de huisvesting als bedoeld in artikel 2 van deze verordening.
HOOFDSTUK 1
Artikel 1
Begripsbepalingen
Onderdeel van Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Twenterand 2015