Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Langdurig laag inkomen

Onderdeel van Verordening individuele inkomenstoeslag gemeente Twenterand 2015

1.. Een persoon heeft een langdurig laag inkomen als bedoeld in artikel 36, eerste lid, van de Participatiewet als gedurende de referteperiode het in aanmerking te nemen inkomen niet hoger is dan 110% van de toepasselijke bijstandsnorm. 2.. In afwijking van het eerste lid heeft een alleenstaande ouder een langdurig laag inkomen als bedoeld in artikel 36, eerste lid, van de Participatiewet indien gedurende de referteperiode het in aanmerking te nemen inkomen niet hoger is dan 110% van de toepasselijke bijstandsnorm verhoogd met het bedrag van de verhoging van het kindgebonden budget, als bedoeld in artikel 2, zesde lid, van de Wet op het kindgebonden budget. 3.. Het bepaalde in het tweede lid is niet van toepassing indien de alleenstaande ouder niet in aanmerking komt voor een verhoging van het kindgebonden budget, als bedoeld in artikel 2, zesde lid, van de Wet op het kindgebonden budget. 4.. Het college kan in beleidsregels vaststellen wanneer er sprake is van ‘geen uitzicht op inkomensverbetering’.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel