Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende schade lijdt
of zal lijden, die redelijkerwijs niet te zijnen laste behoort
te blijven, kent het bevoegd gezag hem op zijn aanvraag een naar
billijkheid te bepalen tegemoetkoming toe, indien de schade in
relatie staat tot:
de weigering van het bevoegd gezag een vergunning als bedoeld in
artikel 10 te verlenen;
de door het bevoegd gezag nader te stellen regels als bedoeld in
artikel 10, derde lid;
de voorschriften door het bevoegd gezag verbonden aan een
vergunning als bedoeld in artikel 10, vierde lid;